Verhalen bij kleuters

Uit Stichting Vertellen MediaWiki
Ga naar: navigatie, zoeken

In de leeftijd van 4-6 jaar maken de leerlingen een ontwikkeling door op sociaal gebied waarin de leerlingen steeds meer met elkaar gaan spelen. Door de nog egocentrische kijk van de leerlingen is het soms moeilijk om zich te verplaatsen in de ander (Alkema & Tjerkstra, 2011). De leerlingen staan op een punt in hun ontwikkeling waarin de leerlingen empathie ontwikkelen. De leerlingen leren zich verplaatsen in een ander. De leerkracht dient hier als voorbeeldfunctie bij.

De sociaal emotionele lessen op school zijn een handvat om de leerlingen een stapje verder te helpen in de sociale en morele ontwikkeling. De leerlingen zijn in hun kleuterperiode bezig om zich in te kunnen leven in de ander. Verhalen zijn een ondersteuning bij de sociaal emotionele lessen op school. Door een verhaal te vertellen kunnen de leerlingen zich identificeren met de personages uit het verhaal. De leerlingen kunnen zich inleven in de personages en begrijpen wat een situatie kan teweegbrengen.

Voorbeeld verhaal + werkvorm[bewerken]

Verhaal[bewerken]

Brom is weer mopperend opgestaan. Vroeger heette hij Bas, maar dat is iedereen vergeten. Dat komt omdat hij eeuwig bromt en moppert. Daarom heet hij nu Brom. De andere dwergjes weten niet beter of Brom staat altijd te klagen. Hij klaagt over de regen, of juist over de te felle zon. En zelfs als het weer niets te klagen geeft, is er altijd wat waarover Brom klaagt. "Auw, mijn arme hoofd", bromt Brom vanmorgen. "Waarom lijkt het net of ik met een hamer geslagen ben?", klaagt het dwergje. De andere dwergjes kijken niet op of om, zo zijn ze gewend aan het geklaag van Brom. Zuchtend en kreunend komt Brom uit zijn paddestoelenhuisje. "Auw, auw, mijn hoofd!", herhaalt Brom nog eens. Brom doet even zijn ogen dicht en ziet de kei voor de deur niet. Hij struikelt, probeert te blijven staan, zwabbert op zijn beentjes en valt tenslotte toch. Inderdaad precies op zijn pijnlijke hoofd. De andere dwergjes moeten lachen. Ze proberen de lach zo goed mogelijk in te houden maar gniffelen toch een beetje. Even is Brom stil. Dan begint hij te schreeuwen:" Mooi is dat! Ik doe me pijn en jullie lachen alleen maar!" De andere dwergjes zijn meteen stil. Tja het is inderdaad niet zo aardig om te lachen als iemand valt. "Gaat het?", vraagt een dwergje poeslief. "Gaat het! Gaat het!", briest Brom. Nu is hij pas echt kwaad. Hem nog voor de gek houden ook! Dat de dwergjes nooit naar hem luisteren, daar is Brom langzamerhand aan gewend. Maar uitgelachen worden dat is hem nog nooit gebeurd. Brom staat weer op. Hij klopt de modder van zijn broekje en kijkt de andere dwergjes kwaad aan. "Het is genoeg geweest, jullie willen me hier niet! Goed dan! Ik loop gewoon weg. Weg van jullie, uitlachdwergjes", zegt Brom ijskoud en loopt het paddestoelhuisje weer in. Even later komt hij met zijn knapzakje weer naar buiten. Er wordt gemompeld door de andere dwergjes. "Brom gaat echt weg!" "Moeten we hem niet tegenhouden?" "Brom waar ga je heen?" "Blijf toch bij ons". Brom loopt zonder te luisteren verder, zijn hoofd in de lucht en de knapzak over zijn schouder. Het eerste uur loopt Brom flink door, zo boos is hij. Dit stuk bos kent Brom goed en hij schiet lekker op. Bij een meertje gaat hij op een boomstammetje zitten. Uit de knapzak haalt hij een paar bessen en die eet Brom rustig op. Dan loopt Brom naar het meertje om wat te drinken. Terwijl hij van zijn handen een kommetje maakt, kijkt Brom naar zijn eigen spiegelbeeld. Het meertje weerspiegelt het ontevreden gezichtje van Brom. Brom schrikt ervan. "Wie is die ongezellige dwerg?", roept hij uit. "Bah, wat kijkt hij ontevreden", zegt Brom. Dan bedenkt Brom, dat hij zelf dat ontevreden dwergje is. Verschrikt blijft hij staan. Brom heeft al heel lang niet meer naar zijn eigen gezicht gekeken. Brom had een hele mooie spiegel in zijn paddestoelenhuisje. Sinds deze 10 jaar geleden van de muur kapot gevallen is, bij een woeste storm, heeft Brom geen nieuwe opgehangen. Al die tijd heeft Brom zijn eigen gezicht niet meer gezien. "Wat zie ik er ongezellig uit", mompelt Brom. Voorzichtig kijkt hij nog een keer in het meertje. Weer schrikt Brom. "Is hij dat echt? Die ontevreden kijkende dwerg?" Brom leunt naar voren om zijn gezicht beter te kunnen zien. Hij probeert een ander, vrolijker gezicht te trekken. Dat is moeilijk! Het lijkt wel of Brom verleerd is blij te kijken. Zo blijft Brom een tijdje oefenen, hij moet soms zelfs lachen om de gekke gezichten die hij trekt. Voordat het donker wordt, loopt Brom terug naar de dwergenhuisjes. De andere dwergjes zijn verbaasd en ook wel opgelucht dat Brom weer terug is, maar ze zeggen niets. Brom koopt een mooie grote spiegel voor in zijn paddestoelenhuisje. Ook koopt Brom nog een kleinere spiegel voor in zijn broekzak. Sindsdien oefent Brom elke dag in de spiegel voor een leuk gezicht. Als Brom onderweg begint te mopperen, pakt hij snel zijn kleine spiegel. Hij trekt dan net zo lang andere gezichten tot hij tevreden is. Brom heet ook weer Bas want brommen en klagen doet hij nog maar heel weinig.

Passende vragen[bewerken]

o Waarom loopt Brom weg?

o Wat vinden de andere dwergen van Brom?

o Wat doen de andere dwergen als Brom valt?

o Hoe voelt Brom zich als de andere dwergen hem uitlachen?

o Zou jij vrienden willen zijn met Brom? Waarom wel, waarom niet?

o Wat zien Brom in het meertje?

o Waar schrikt hij van?

o Waarom komt Brom weer terug?

Werkvorm[bewerken]

Materiaal: spiegels + wit blaadje + potloden voor iedereen De leerlingen krijgen een spiegel en moeten goed kijken naar wat ze allemaal zien. Geef hierbij het woord aan één leerling en laat deze leerling alles opnoemen wat hij/zij in de spiegel ziet. Denk hierbij aan kleur haar, kleur ogen en de mond. Vervolgens moeten de leerlingen heel boos in de spiegel kijken. Wat zien ze nu in de spiegel? Wat gebeurt er met hun mond en ogen? Is dit een leuk gezicht? Wat zou je ervan vinden als iemand zo naar je kijkt? Hierbij krijgen enkele leerlingen weer de beurt om dit te vertellen aan de andere leerlingen. Hierna moeten de leerlingen heel blij in de spiegel kijken. Wat zien ze nu in de spiegel? Wat gebeurt er met hun mond en ogen? Is dit een leuk gezicht? Wat zou je ervan vinden als iemand zo naar je kijkt? Ook bij deze opdracht krijgen enkele leerlingen de beurt om dit te vertellen aan andere leerlingen.

De leerlingen krijgen een wit blaadje en kleurpotloden en moeten zichzelf aan de ene kant heel boos tekenen en aan de andere kan moeten ze zichzelf heel blij tekenen. De leerlingen krijgen hierbij de spiegel om af en toe nog een keer te spieken hoe ze eruitzien.

Alkema, E., Tjerkstra, W., Kuipers, J., & Lindhout, C. (2011). Meer dan onderwijs. Assen, Nederland: van Gorcum.