Abe van der Veen
Abe de Verteller
Verhalen vertellen uit de wereld der Kelten en Vikingen.
Lezingen geven over de symboliek van verhalen.
Verhalende bomenwandeling
Verhalende stadswandeling door Amersfoort.
Utrecht
Abe van der Veen

Over mij

Abe de Verteller 

Verhalen vertellen zit me in het bloed! Eerst tijdens de IVN-jongerenkampen, gezellig rond het kampvuur. Sinds 2004 ben ik professioneel verhalenverteller. Ik vertelde de afgelopen jaren op ontelbare plaatsen: De Elf Fantasy Fair, het Eigentijds festival, het Schots festival, Castlefest, het Archeon, de Dag van het Park en op vele particuliere feesten en bijeenkomsten!

Ik vertel mythen en sprookjes uit de Keltische en Noordse traditie, ridderverhalen, Griekse mythen, Grimmige sprookjes, Nederlandse sagen en nog veel meer. In totaal heb ik meer dan 250 verhalen in mijn repertoire. Al deze verhalen riepen mij en wilden verteld worden, misschien ook bij u?!

Naast de wereld van de verhalen spelen natuur en symboliek een grote rol in mijn leven. Dit uit zich o.a. in het geven van lezingen over symboliek en het doen van bomenwandelingen.

Nu vertel ik verhalen waar en wanneer ik dat maar kan, want vertellen is m´n passie. Ik vertel met expressie en emotie, met mijn hart en mijn handen en met vuur en vlam!

Contact

Abe van der Veen
Man
De heer
A.J.
Abe
van der
Veen
...
06-18035303
Amersfoort

Blog

Abe de Verteller

De verhalenverteller

De wraak van Virgilius en het vuur tussen de benen van Phoebille

woensdag 06 februari 2019 16:03

In de literatuur van de Middeleeuwen veranderde de beroemde Romeinse dichter Vergilius in een rasechte tovenaar! (1) Hij maakt muren van lucht, hij commandeert demonen en raadpleegt toverboeken. Natuurlijk beleeft hij zo vele avonturen. Een van zijn beroemdste verhalen intrigeert mij al jaren omdat zij scabreus, shockerend, raadselachtig en diepzinnig tegelijkertijd is. Het gaat om het verhaal van Virgilius in de mand en zijn daaropvolgende vuurwraak. Hieronder vertel ik het verhaal en waag ik mij aan een gedurfde speculatieve reconstructie. Virgilius in de mand en de vuurwraak Voorkant van het volksboek uit 1525 Dit verhaal stamt uit Napels en is in ieder geval al uit een twaalfde-eeuwse tekst bekend. Het werd toen nog niet aan Virgilius gekoppeld. Hoe veel eeuwen het verhaal al in omloop was voor die tijd is natuurlijk onbekend. Ik vertel hier in het kort de Middelnederlandse versie uit 1525 aangevuld door de oudere bronnen: Virgilius de tovenaar wordt verliefd op een jonkvrouwe. Meestal is haar naam Phoebilla, Phebilhe of Febilla en in één versie heet ze Galathea. (2) Zij is van een voorname afkomst, rijk en machtig en getrouwd. In één versie is ze zelfs de dochter van de keizer Julius Caesar. Ze woonde in de grootste toren direct naast de markt van Rome (Forum Romanum). Virgilius wordt verliefd op haar en verzoekt haar om een geheim ‘rendez-vous’. Eerst heeft ze haar bedenken, maar uiteindelijk geeft ze toch toe, maar dan moet hij niet via de deur, maar via het raam naar binnen komen. Zij laat daartoe een mand met behulp van een touw neer. Virgilius stapt – verblind door zijn verliefdheid – daarin en laat zich omhoog hijsen. Hij verheugt zich sterk op het komende avontuurtje, echter halverwege laat zij Virgilius hangen in de mand. Hij hangt nu tussen hemel en aarde en kan geen kant op. Zij zegt dan dat dit zijn straf is omdat hij haar probeerde te verleiden om haar man te bedriegen. De volgende dag is het marktdag en heel Rome ziet hem daar hangen en lacht hem uit. Hij, de wijze tovenaar is bedrogen door de listen van een vrouw en schaamt zich diep. Daniel Hopfer 1536 Na een dag laat ze hem weer neer en Virgilius gaat naar zijn huis en zint op een passende wraakactie. Hij consulteert daarvoor zijn toverboeken. De volgende dag blijkt dat in heel Rome alle vuren zijn uitgedoofd en het lukt niemand om nog vuur te maken.  Zo lijdt het Romeinse volk honger omdat het niets kan koken of braden. Het is Virgilius die hier achter zit en met zijn toverkunsten de vuren van Rome heeft gedoofd. De keizer zelf smeekt hem om vuur te maken, maar hij zegt dat zij het vuur alleen kunnen vinden tussen de benen van de schone jonkvrouwe die hem bedrogen heeft. De keizer ziet dat hij geen keus heeft en hij laat haar halen. Virgilius gebiedt dat zij op een verhoging gezet moet worden slechts gekleed in haar hemd en met de billen bloot. En het wonder geschiedt dat door de toverkunst van Virgilius al die een kaars of een toorts tussen de benen van de jonkvrouwe steekt daar zijn vuur kan halen! Het vuur valt echter niet te delen, – als je dat probeert dan dooft het direct – het moet door ieder rechtstreeks bij haar vandaan gehaald worden. In ‘dat bedroch der vrouwen’ wordt gezegd dat elk ‘huys’ er zijn vuur moest halen. (3) Dit betekent waarschijnlijk dat elk hoofd van een familie, de ‘pater familias’, als vertegenwoordiger van zijn ‘domus’ het vuur moest komen halen. Drie dagen moest zij daar zo staan met de billen bloot tot eindelijk iedere huisvader bij haar het vuur voor zijn haard had gehaald. Zij had zich nog nooit zo erg geschaamd en de wraak van Virgilius was zoet. Daarna was hij klaar met zijn avontuurtjes en Virgilius ging trouwen. De naam Phoebilla Het eerste deel van dit verhaal is ontelbare malen gebruikt als voorbeeld van de listigheid en bedrieglijkheid van de vrouw. Het was een exempel voor de mannen om toch erg op te passen voor dit ‘zwakke’, maar o zo verleidelijke geslacht. Het verhaal is op deze wijze vooral moralistisch en bedoeld om te lachen. Het hangen in een mand was in de zestiende eeuw ook daadwerkelijk een straf voor wetsovertreders. Hij werd dan vooral gebruikt voor een man of vrouw die overspel had gepleegd om deze te kijk te zetten. Het is de vraag of deze straf ontstaan is door het verhaal of vice versa! (4) Toch is er meer aan de hand dan deze nogal seksistische moraal. Het gaat namelijk niet om zo maar een mooie vrouw. Zij wordt Phoebille genoemd en Phoebe is in de mythologie een titaan die werd geassocieerd met de maan, de naam betekent helder en schijnend. Ook Phoebilla’s uiterlijk wordt in een veertiende eeuwse versie wel vergeleken met dat van de maan. Ook het tonen van de billen (mooning) kan hierop duiden. Billen worden wel de ‘maan’ genoemd als eufemisme. (5) In een vroege versie is het niet Virgilius maar een magiër genaamd Heliodorus (gave van de zon) die het avontuur beleefd. (6) Je zou kunnen zeggen dat hier de zon tegenover de maan wordt geplaatst. Er zou ook een verwijzing in kunnen schuilen naar de Sybille, de beroemde Romeinse zieneres. Dit is al waarschijnlijker als je weet dat Virgilius vaak in verband werd gebracht met de Sybille omdat zij beiden de geboorte van Jezus Christus voorspeld zouden hebben. Dit maakt ze een voor de hand liggend stel. In een andere versie heet ze Galathea, dit betekent de melkwitte godin en is ook de naam van het van het standbeeld dat Venus voor Pygmalion tot leven had gewekt. Albrecht Altdorfer 1506-1538 Uit deze namen blijkt dat het hier niet om een gewone, mooie vrouw gaat. Zou ze wellicht een priesteres kunnen zijn? Het feit dat zij in een toren woont spreekt hiervoor. Dit zien we ook bij de priesteres Weleda. Zij woonde volgens de Romeinse schrijver Tacitus – zeer afgezonderd –  in een toren. (7) De toren van Phoebilla stond naast de markt van Rome oftewel het Forum Romanum. Dit was – naast een markt – ook het religieuze centrum van Rome. Hier stonden vele tempels waaronder de tempel van de godin van het haardvuur Vesta. Ook stond hier het huis van de Vestaalse maagden. Ook de grootste tempel van Rome gewijd aan Venus en Roma stond naast het Forum. Ook al hadden deze gebouwen geen torens, toch zou de locatie wel eens naar één van deze tempels kunnen verwijzen. Virgilius in de mand Het bezoek van Virgilius aan Phoebilla zou je kunnen zien als een bezoek aan een priesteres. Als zij priesteres was van Venus dan kan het goed zijn dat zij bekend was met ‘tantrische’ seksuele technieken en de instructie hierin. Zij impliceert dan met het laten hangen van Virgilius in de mand, dat hij nog niet rijp genoeg is om bij haar te komen. Hij is nog maar halverwege. Je zou zelfs kunnen beweren dat hij tijdens de sacrale seks van deze tempelpriesteres met zijn ‘kundalini-energie’ maar halverwege reikt. Zijn toren van energie zou voortijdig instorten, hij valt door de mand. Bij hem is het contact met de sacrale vrouw slechts gebaseerd op lust en infantiele verliefdheid en dat is niet genoeg om tot de hoogste extase te komen. Hij wordt daarom door haar en door het toegestroomde volk uitgelachen. Dat is dan de werkelijke schande van Virgilius. Triomf van Venus – Meester van Tarento ca. 1360 De triomf van Venus Om de wraak van Virgilius beter te begrijpen is het nuttig om één van de afbeeldingen van de vuurwraak te vergelijken met het schilderij ‘De triomf van Venus. Bij Venus lijken er stralen uit haar vagina te komen die het hart raken van vele beroemde minnaars. Ze zetten deze mannen voor haar in vuur en vlam. In een pentekening van Altdorfer uit 1511 staat Phoebille in dezelfde pose als Venus. Zij vertoont geen schaamte, maar eerder triomf en mannen halen met lange palen vuur bij haar vagina vandaan. Deze palen lijken sterk op de stralen van Venus. Zoals Venus de harten van mannen in vuur en vlam zet, zo geeft Phoebille vuur aan de haarden van de mannen! De – hiervoor besproken – naam Galathea past dan goed bij haar. Galathea is te zien als een representant van Venus. (8) Vergils Rache – Altdorfer 1511 Het vuur van Vesta Bartholomeus Dolendo 1589-1626 Als we echter kijken naar het gegeven van het doven van het haardvuur is het logischer om te zeggen dat zij een priesteres van Vesta was. In de tempel van Vesta, hielden de Vestaalse maagden/priesteressen een vuur ter ere van de godin van het haardvuur Vesta eeuwig brandende. Dit vuur werd – volgens Pythagoras – gezien als het centrum van de aarde. Vesta betekent fakkel of vlam en zij werd vereerd in het haardvuur van elk huis. Het uit laten gaan van dit eeuwige vuur was een grote ramp en zonde. De maagd die dit veroorzaakte werd streng gestraft met een flinke geseling. Er moest dan ‘noodvuur’ gemaakt worden door middel van het tegen elkaar aan wrijven van twee stukken hout. Een maal per jaar op één maart lieten de Vestaalsen het vuur opzettelijk uitbranden om het dan op deze manier weer aan te krijgen. Het is goed mogelijk dat de familiehoofden – de pater familias – in Rome het vuur van hun haarden ceremonieel mochten aansteken met behulp van dit vuur. Dit kennen wij namelijk uit rituelen met ‘noodvuur’ in andere delen van Europa. (9) Dat Vesta en haar priesteressen maagdelijk moesten zijn lijkt mijn betoog tegen te spreken. Toch wordt er her en der geopperd dat deze Vestaalse maagden in de Etruskische tijd nog sacrale seksuele riten pleegden te doen. Het idee van eeuwig brandende vuren is waarschijnlijk pan-europees. We komen het ook tegen in Griekenland met de godin Hestia, in het heiligdom Romova in Litouwen en in Ierland in de tempel van de godin Brigid. De haard is verwant met het hart en het centrum, de focus. De haard is een poort naar de Andere wereld, ze is ook te zien als de ingang of vagina van moeder aarde (Hertha). Noodvuur Florence 1460-1470 Je zou het uitgaan van alle vuren in het verhaal kunnen vergelijken met het ritueel van het ‘noodvuur’. Hierbij worden alle vuren in de gemeenschap – op gezette rituele tijden, of bij een ramp – uitgemaakt. Er wordt dan een ‘noodvuur’ gemaakt. Dit vuur moet op de meest ouderwetse manier gemaakt worden door wrijving van hout op hout. Dit kan eik op eik zijn of laurier op klimop. Hierin is sprake van een seksuele connotatie. Ten eerste omdat dit vaak gebeurt door een man en een vrouw (soms naakt) en ten tweede omdat de kom van de vrouwelijke klimop is en de staf van de mannelijke laurier. Het halen van het vuur tussen haar benen vandaan is een evidente verwijzing naar seks. Maar is het gewone, dus smadelijke seks of gaat het hier om sacrale seks? De Lar Familiaris Een andere aanwijzing voor seksueel getinte rituelen in de tempel van Vesta is het verhaal dat zij cultische objecten in de vorm van een fallus daar zouden bewaren. In het heiligste der heiligen van de tempel (de penus) werden o.a. het Palladium (dit object wordt  beschreven als fallisch of anders de coïtus voorstellende) en een beeltenis van de Lar Familiaris (in de vorm van een fallus, de ‘fascinus populi Romani’) bewaard. (10) Deze laatste komt ook voor in een verhaal over de conceptie van de zesde koning van Rome, Servius Tullius. Zijn moeder was een Vestaalse maagd. Toen zij het eeuwige vuur van de heilige haard had besprenkeld met een offer voor de Lar Familiaris rees er een fallus op uit de haard die haar penetreerde. Hiervan werd zij zwanger. Ook Rhea Sylvia de moeder van Romulus en Remus was zo’n Vestaalse maagd en ook zij zou – in één versie van het verhaal – door een uit de haard op rijzende fallus zijn bezwangerd. (11) Dit soort verhalen maakt het verschil tussen de ‘wulpse’ Venus en de maagdelijke Vesta, toch een stuk kleiner. Voor- of achterkant, kut of kont? Georg Pencz 1541 De verschillende teksten spreken elkaar tegen of het vuur nu te halen was aan de voor- of aan de achterkant van de vrouw. Ook het beeldmateriaal over de vuurwraak is niet eenduidig over dit saillante detail. Dit lijkt op het eerste gezicht niet zo relevant, maar het kan toch een andere esoterische betekenis geven aan het gegeven van vuur halen tussen de benen van een vrouw. In ‘dat bedroch der vrouwen’ uit 1532 kon men het vuur gaan halen ‘aen eender vrouwen n’aers die hem bedrogen hadde.’ Maar volgens Potter’s ‘Der minnen loep’ moet het juist uit haar lendenen komen (dit is een eufemisme voor de vagina). Het wordt nog meer verwarrend als we weten dat het woord ‘conte’ ook gebruikt werd voor de kut (in Vlaanderen doet men dat nog steeds) en dat ook aars (eers, ers) juist naar het vrouwelijk geslachtsdeel kan wijzen!  (12) Titelrand van het boek Virgilius – Urs Graf 16e eeuw In een Franse 14e eeuwse versie uit het boek ‘Renart le Contrefait’ wordt de toren van de vrouw vernietigd en zij naakt op een verhoging gesteld. Daar hielden ze hun kaarsen bij haar kut en kregen zo vuur. In deze versie gaat het om haar voorkant. (13) In een andere versie moest zij juist op haar handen en voeten gaan staan en haar billen tonen zodat alle huishoudens van Rome daar het vuur konden halen. Zij zal dan uit haar achterste gaan gloeien.. Als het vuur toch uit de kont komt dan kunnen we eerder denken aan gas en daarmee aan pneuma.  In de titelrand van het boek Virgilius van Urs Graf wordt een vrouw getoond die klaarblijkelijk een wind laat en zo een steekvlam produceert! (14) Laat het duidelijk zijn dat in mijn optiek het niet Virgilius is, maar Phoebille zelf die het vuur aan de mannen kan geven!   Hans Baldung Grien 1515 Phoebille en de heksen Dat er vuur of lucht te halen valt uit de anus of de vagina valt ook af te leiden uit een aantal schilderijen van hekserijtaferelen. Hier treedt de heks uit haar lichaam en is zij klaar om te vliegen. Ook nu moet dat via de haard (de plaats van Vesta) en ook nu is er een seksuele symboliek en wel in de naaktheid van de heks en het gebruik van een stok, hooivork of bezem. Het gas wat uit hun achterste of uit hun vagina komt is een teken van trance. De fysieke vorm wordt achtergelaten en de heks reist in de geest verder naar de Andere wereld. In die wereld is geluk, genot en energie te halen. Bij Phoebille zien we geen vliegreis, maar hier gaat het om het halen van het innerlijke vuur uit de Andere wereld dat via haar eigen ‘haard’ naar buiten komt. Conclusie Teniers begin 16e eeuw In de Middeleeuwen was het verhaal vooral bedoeld als waarschuwing tegen bedrieglijke vrouwen en als een boertige vorm van humor. Je zou dan de wraak op de volgende manier kunnen interpreteren: omdat Phoebille geweigerd had om seks met Virgilius te hebben, neemt de tovenaar wraak en moet zij nu seks hebben met alle mannelijke huisvaders van Rome! Zij mag nu anderen – hun fakkels en kaarsen – in vuur en vlam zetten, zoals zij eerder het hart van Virgilius in vuur en vlam had gezet. Ik zie dit als een vervormde versie van het authentieke verhaal.  Er is een andere interpretatie mogelijk als we uitgaan van een oud heidens ritueel. Phoebille kan als priesteres (danwel van Venus of van Vesta) uit haar lichaam treden en doet dat via de onderkant. Daarnaast is zij bekend met sacrale seksuele technieken. Als een uitverkorene dit mee mag maken dan gaat zij met hem een – seksuele – éénheid vormen en neemt hem zo mee op trance-reis. In dit samengaan van de huisvader met de priesteres wordt het mannelijke element (fakkel of kaars) bij de priesteres in gebracht om zo weer te kunnen branden. Zij hebben een diepe ervaring mee gekregen van een godinnelijke éénheid in het centrum van zichzelf en die ervaring nemen ze mee naar hun eigen haard om daar nog meer een brandpunt te zijn van hun kleine gemeenschap. Het symbool van die gloeiende focus is de haard in hun huis. De haard is vrouwelijk, maar in het midden zal een fallus zijn om zo het vuur brandende te houden. Abe van der Veen Vergilius in de mand – Frans Francken 1610   1) In de middeleeuwse verhalen wordt hij consequent Virgilius met een i genoemd, dus dat houdt ik ook aan in mijn artikel. Spargo – Virgil the necromancer 2) Franssen, Piet – De tovenaar Vergilius 2010 https://commons.wikimedia.org/wiki/Category:Virgil_in_the_basket Butler, E.M. – The myth of the magus 98-104 http://bcs.fltr.ucl.ac.be/FE/23/PANIER/Panier14.htm 3) Franssen 45 4) Franssen 43 5) Mooning werd al gedaan als een belediging in de tijd van de Romeinen en zeker ook in de middeleeuwen. Ook konden de billen met de maan vergeleken worden. Toch is het woord ‘moonen’ pas bekend uit de jaren zestig van de vorige eeuw. https://slate.com/culture/2012/06/mooning-a-history-when-did-people-start-baring-their-butts-as-an-insult.html http://bcs.fltr.ucl.ac.be/FE/23/PANIER/Panier14.htm 6) https://commons.wikimedia.org/wiki/Category:Virgil_in_the_basket 7) https://en.wikipedia.org/wiki/Veleda Een ander voorbeeld is Maria Magdalena (een van de metgezellen van Christus en in één van de apocrieven zijn favoriete discipel), haar naam betekent Maria van de toren. Zij wordt door vele auteurs gezien als een priesteres met een tempel in de vorm van een toren. Dit laatste is echter speculatief. 8) Franssen 46 9) https://en.wikipedia.org/wiki/Vesta_(mythology) Frazer – The golden bough – Het eeuwig brandende vuur van Vesta stond voor de eenheid van het rijk. Als een Vestaalse haar maagdelijkheid verloor zou dat verschrikkelijk zijn voor de éénheid van het Romeinse rijk. Meestal gebeurde er dan een ramp. Deze maagd werd als straf levend begraven. – Het uit doen gaan van alle vuren waarna zij niet meer aan gaan, komen we ook tegen in het Russische sprookje van Vasalisa en de Baba Jaga. 10) The idea of a town – Rykwert p. 159 http://en.wikipedia.org/wiki/Fascinus 11) http://en.wikipedia.org/wiki/Servius_Tullius#Parentage_and_birth 12) Franssen 45 13) In de Engelse vertaling staat er het volgende: ‘There everyone held her cunt and took fire from it. they placed their candles to her cunt and lit them at her cunt. All day they were shoving the candles and all day they were lighting them.’ 14) Ziolkowski – The virgilian tradition 931, 966 Franssen 49 Virgilius Viriel Virilius (betekenis groene, jonge twijg) Pontifex Maximus het geheime ritueel met de Vestaalse maagd, 1 maart uit laten doven van het vuur en met frictie weer aanmaken, seksueel geladen, seksueel opladen, 1 maart is ook de scheppingsdag, en schepping ontstaat door het samenbrengen van het mannelijke en het vrouwelijke. Vesta is de vlam, fakkel, zij is het vuur aanwezig in iedere Romeinse haard. In pure vorm alleen in de haard van de tempel van Vesta, godinnelijk puur vuur. In andere culturen en wellicht ook ooit de Romeinse wordt dit vuur ceremonieel overgedragen aan de haarden van de versch huizen. Er is een connectie met de Lar Familiaris die als fallus uit de haard van Vesta tevoorschijn komt om een Vestaalse maagd te bezwangeren. Het delen van het viriele vuur wordt zo een vruchtbaarheid schenkende daad. De Lar of het Palladium in de haard van de Vestaalsen in het centrum van Rome. In een Joods verhaal uit de veertiende eeuw staat het volgende verhaal: And there was in the days of Titus the wicked a very wealthy man who had large houses and courtyards with gardens and towers. This man was among the nobles of Rome and his family was called bonomini in the language of Rome, and he had an exceedingly comely wife whose splendour was like the moon, and because of her beauty he built her a tower in his courtyard and she did not go forth from her house. [5] Once upon a time there was a wedding and they proceeded with tambourines and drums and continued with flute playin g, and the dance was in the streets of the city unto the very tower in which this woman was present. And behold she heard the sound of the drums and the dance, looked out the window, and a certain man, a magician, saw her and began to lust for her. He sent his servant to that tower to see i f she descended from it during the night and he would lie in w ait for her [1 0 ] continuously. And when he saw that she did not descend from there, he said, “What shall I do? I f I go by myself i t would be disastrous. What shall I do?” He wrote her a letter and sent it via a devil and indicated in his letter that i t was his desire to come unto her. When morning came, she went to the window as was her custom and beheld the letter which was before her and her heart beat faster and she s a id , “What is this letter and whence did it come?1” What d id she do? She called to her maidservant and said to her, “Go fetch that scribe [15] in the courtyard.” She went for him and called him and he came, and she said to him p rivately, “When I arose this morning, I found this letter by the window. T ell me what is written in it .'” And he related to her the words o f the le t te r . She sa id to him, “Write him an answer that I do not so desire and curse h im !” A few days later her husband went on a long journey and commanded her not to leave her house with her maidservant. The magician heard that her husband had gone and sent her s ilv er and gold and jewels [20] that she obey him. She said to her maidservants, “How mad is this man that he tempts m e!” What did she do? She accepted the sum and sent to him saying, ” I want you to come to me for I desire you, but I do not wish that you enter by the door, rather by the w indow .” And so he should do and come in the darkness of the nigh t. When he heard her words, he was overjoyed and from his great happiness he forgot his magical tricks and books. And he gazed upon the tower at nigh t, and before he could come she went to another of her [25] husband’s towers nearby and prepared a large basket with three intertwined ropes around i t ; and when the m agician came they sa id to him, “Enter the basket and we shall p u ll i t u p .” He entered and they p ulled i t halfway up the tower. Meanwhile she returned to the tower where she was o r ig in a lly , and they tied o f f the ropes on the inner walls of the tower and neither raised him nor lowered him. And the tower was high and he was hanging in mid a ir , and he was in the [30] basket for three days and three nights without food or drink, and he grew hungry and thirsty and sought to leap down from the basket. But when he would gaze down to the ground and would see how high it was from the ground, he feared lest he would die from the force of the fa ll nor could he ascend upwards, and the devils did not come to him according to his custom because he could not command since he did not have his books with him and he did not know what to do. So he stood and was [35] astounded, w hile the passers by on the street continually looked at him and said to each other, “What is he doing hanging on the tower?” And they were quite amazed. And the young lads used to throw stones at him. And it came to pass on the third day and she approached the window and said to him, “So and so, how are you and how do you stand [come state]? D i d n ‘t you know that I was not a whore when you sent me your silv er and gold and baubles? And now you have lost your fortune and your lust you did not [40] f u l f i l l .” And he pleaded w ith her and cried for the love o f God to let him down to the ground so that he would not continue so in shame. And she said to him, ” I t is fittin g to do so to men lik e you who desire to commit adultery with the w ife o f their frie nd s” — and she le ft him until the fourth day. And it came to pass on the fourth day that her mercy was stirred and she commanded to lower him to the ground. And when they had lowered him toward the ground approximately to the height of a tall man, they suddenly dropped the basket to the ground and his rib broke [45] from the force of the fa ll because he had fallen upon a stone, and he cried out; and people gathered about him for they heard his shout and they said to him, “W hat’s with you?” And he feared to te ll them the m atter. And they accompanied him to his house with h is rib wounded, and he ordered the doctors and they healed him. When he regained his strength, he said to his servants, “I w ill avenge myself on this woman.” And he conmanded that h is books of magic be brought before him. What did he do? He went and extinguished every fire throughout Rome [50] and a ll the surrounding villages with his magic, and no fire could be found throughout the kingdom o f Rome. And i f they were to bring any from another place either in stone or in wood, it would not reach more than a third o f the way before it was extinguished. And even wood as large as beams or trees, a ll extinguished and many died from hunger for there was no bread in the city since there was no fire to lig h t their ovens. [55] And a ll the inhabitants of Rome came to the same agreement and took council with him where to find fire and what to do. A fter each had his say, the magician replied saying, ” I f it is your desire to give me a fortune and you promise me that you w ill not seize me and you w ill do what I say to you, you shall find fire and l i v e .” And they s a id , “I t w ill be done what you have spoken to d o .” And they gave him a great fortune. And when morning came to pass, behold the Romans came to him [60] and said, “Where is the fire which you are giving to us?” And he sa id to them, “Go to such and such a woman who has fire and she w ill give y o u !” So they went and he accompanied them and in the hand o f each and everyone was a candle of wax. Then he said to them, “S e ize h e r !” So they seized her and set her on a wooden tower and stripped her naked. And behold the magician came forth and placed the wax candle next to her uterus and the candle ignited from it . And so all o f them  did . Nor was anyone permitted [65] to lig h t from another’s candle, rather only from her nakedness. And behold the woman was m ortified with a great shame the like of which had not been since the foundation of the city until now. David Flusser – VIRGIL THE MAGICIAN IN AN EARLY HEBREW TALE

Kosmologie van microkosmos en macrokosmos

woensdag 23 januari 2019 22:44

Wat is mijn kosmologie? Hoe bezie ik de wereld om mij heen? Het gaat mij hier niet om de wereld die met de vijf zintuigen is te ervaren, maar om de geestelijke wereld. Dit hangt voor mij nauw samen met de vraag hoe ik de wereld binnen in mij zie. Hoe bezie ik de innerlijke wereld? Deze vragen hebben mij mijn hele volwassen leven al bezig gehouden. In tegenstelling tot vele ‘zoekenden’ ben ik niet op zoek gegaan naar de bij mij passende religie of wereldbeschouwing, om die in zijn geheel te aanvaarden, maar heb ik gekozen om die kosmologie aan de hand van eigen inzichten en ervaringen, maar met behulp van de symbolen uit vele mythologieën, zelf te componeren. Deze eigen kosmologie is grotendeels geïnspireerd door de mythen en symbolen uit het pré-christelijke heidense Europa – hier en daar – aangevuld met oosterse begrippen. Deze kosmologie is geen dogma, zij verandert mee met mijn persoonlijke ontwikkeling. Zij is allesbehalve in steen gebeiteld en zal waarschijnlijk nog vele malen in mijn leven aangepast worden, wie weet zelfs omver gegooid. Woorden zijn namelijk maar zeer beperkte hulpmiddelen om iets duidelijk te maken wat komt uit het woordloze bewustzijn. Ik ga uit van een systeem waarin de energie en het bewustzijn van ieder individu (de microkosmos) correspondeert met die van de macrokosmos. (We vinden deze kosmologie ook symbolisch terug in de opbouw van het huis.) Het is goed om te beseffen dat iets waar kan zijn op het niveau van dualiteit en onwaar op het niveau van non-dualiteit of éénheid en vice versa. Hierdoor ontstaan er regelmatig schijnbare paradoxen, die op te lossen zijn door er naar te kijken vanuit een dieper bewustzijn. Het centrum Verschillende plaatsen op aarde claimen het centrum van de wereld te zijn, zoals bijvoorbeeld Rome, Delphi, Mekka en Jeruzalem. Zo’n plaats is het centrum van de aarde waar de vier windrichtingen samen komen, maar ook de plek waar hemel en aarde samenkomen; een heilige plek! Daar ligt de navelsteen; de eerste steen van waaruit alle materie is gevormd. Daaronder ligt de ingang naar de onderwereld. Hier vindt je pure, onversneden energie. Precies boven het centrum van de wereld ligt de ingang naar de bovenwereld. Daar vindt je het pure bewustzijn. Omdat boven en beneden begrippen zijn die alleen waar zijn in een tijd-ruimte continuüm kan je ook zeggen dat de ingang naar de kosmos niet boven, niet beneden, maar in het exacte centrum ligt. Natuurlijk is deze exacte locatie in gebruik als een sacrale plaats. Het is een tempel of een ander heiligdom. Ook kleinere heiligdommen kunnen werken als centrum en verbinding tussen hemel, aarde en onderwereld (ook wel hel genoemd). Dit zijn allen krachtplaatsen. Naast tempels en kerken kan het hier ook gaan om (graf)heuvels, megalieten (zoals de hunebedden), bronnen en oude bomen. Wanneer de verbinding tussen hemel en onderwereld permanent wordt kom je terecht in een eenheidsbewustzijn. Dan zal er een paradijs op aarde zijn. In het huis is deze centrale plek de haard. De haard heet in het Latijn ‘focus’ en is etymologisch verwant aan het woord hart. Dit centrum vindt je ook in jezelf. Het is de stille plek, de verzamelplek van alle indrukken. Hier begint het bewustzijn en staat de interne dialoog stil. Dit is de plek waar de aandacht (het oogmerk), de  intentie van uitgaat. Dit wordt gesymboliseerd door het hart, ook al gaat dit niet om het fysieke hart. Je zou dit ook het punt van het vierde chakra kunnen noemen. Het is de plaats van innerlijke aandacht. Bij de stuit ligt onze persoonlijke ingang naar de onderwereld en bij de kruin de ingang naar de hemel/ bovenwereld. Als je deze twee centra bij elkaar brengt dan verbindt je je hemelpool met je aardepool in je hart. In het ware centrum bestaat geen boven, onder, links of rechts. Boven kan als onder voelen en vice versa. Ruimte en tijd zijn begrippen die pas zin en betekenis hebben in een dualistische wereld. In éénheid is energie en bewustzijn continu in overvloed in ons aanwezig. Zodra we ons van onszelf bewust worden moeten we afscheid nemen van dit oercentrum. We zijn verstoten uit het paradijs. Energie en bewustzijn Energie is ook te vertalen als levenskracht. In verschillende culturen bestaat er een speciaal woord voor: Ki, Chi, Prana, Mana, Numen, Orgon, Tover. Het is de kracht die de inerte massa tot trilling en beweging brengt. Wat geen energie, geen fut heeft is levenloos, zielloos. Waar is dan de bron van het leven, de fontein van de jeugd? Deze is in het heilige centrum te vinden en wordt in de mythologie onder de kosmische boom geplaatst. Zodra we uit het centrum zijn plaatsen we die bron onder ons. Het water uit de bron stroomt dan uit moeder aarde. Op een dieper niveau stroomt energie van alle kanten. Van binnenuit en van buitenaf. Tegenover energie staat voor mij bewustzijn. Er is een kosmisch eenheidsbewustzijn waar we allemaal uit voort zijn gekomen. Er is een hoger bewustzijn dat zich volledig kan verbinden met andere zielen en processen. En er is ons afgescheiden individuele egobewustzijn dat verbinding erg moeilijk vindt vanwege de angst om zichzelf kwijt te raken. Er is iets/zelf/ziel dat toekijkt naar het proces van denken, voelen, doen en fysiek gewaarworden. Dat iets/zelf/ziel kan zich er dusdanig mee vereenzelvigen dat het vergeet dat het los van deze externe werkelijkheid ook een eigen bestaan heeft. Daarmee is het ver van zijn oorspronkelijke zelf vandaan geraakt. Het is een beperkt en vernauwd bewustzijn geworden. Het bewustzijn ontstaat door de wisselwerking tussen de ziel en zijn omgeving door middel van aandacht. In de reflectie ontstaat zelfbewustzijn. In het bewuste sturen van de aandacht en de energie ontstaat bewustzijn en macht. Het is dus zaak om meesterschap te krijgen in aandacht zodat het bewustzijn zich kan richten op datgene wat heilzaam, voedend en inzicht gevend is. (1) De kosmische boom  In het heiligdom in het centrum van de wereld staat een boom, pilaar of toren die reikt naar de hemel. Langs deze weg kunnen engelen en zielen naar de bovenwereld. In de symboliek van het huis is dit de stutpaal in het midden van het huis. Het kan hier ook gaan om de schoorsteen. Deze symbolen zijn op een menselijk niveau te associëren met de wervelkolom. Rondom en door deze kolom gaat de energiestroom van stuit naar kruin en omgekeerd. We zien dit terug in het beeld van de staf met twee er omheen kronkelende slangen of draken. In de mythologie is dit vooral bekend als de caduceus van de god Hermes. Het is het teken van diegene die langs en door de werelden kan reizen als psychopompos (zielengeleider) en boodschapper van de goden. In het Indiase Kundalini-systeem worden deze twee energiestromen de ‘ida’ en de ‘pingala’ genoemd. Je kan ze zien als mannelijk en vrouwelijk, actief en passief, extravert en introvert, positief en negatief, plus en min en wit en rood. Hierbij is het zaak om deze termen neutraal te beschouwen en er geen goed en kwaad label op te drukken. Ze zijn beiden even nodig. Het magische getal zeven Die kosmische hemelse verbinding wordt traditioneel onderverdeeld in zeven lagen of niveau’s. Deze zijn te verbinden met de zeven sferen, de zeven planeten, de dagen van de week (vernoemd naar de goden en godinnen; maan, Tyr/Mars, Wodan/Mercurius, Donar/Jupiter, Freya/ Venus, Saturnus, zon), kleuren van de regenboog en tonen van de toonladder. Deze staan elke keer voor de zeven niveaus waar je langs moet reizen om bij het ‘zwarte gat’/ de hemelpoort te komen in het midden van het heelal. Tegelijk kan het net zo goed de weg omlaag zijn langs de zeven hellepoorten en langs de zeven aartsdemonen (deze worden de ‘Annunaki’ genoemd bij de Sumeriërs). In het energetische lichaam vinden we dit systeem terug als de zeven chakra’s of energiewielen en de zeven lagen van de aura. Je kan deze ook zien als zeven vormen van bewustzijn. De zeven chakra’s corresponderen – mijns inziens –  respectievelijk met geluk/verbinding (1e chakra), genot (2e), kracht (3e), liefde (4e), schoonheid (5e), wijsheid (6e) en vrijheid (7e chakra). De hierbij behorende kleuren zijn: rood, oranje, geel, groen, blauw, indigo en violet. Het proces om vanuit het eigen centrum in het Goddelijk centrum te komen gaat van zeven maal teveel en zeven maal te weinig naar zeven maal precies in evenwicht. Dit maakt dit tot het proces van de magische drie, die in alle sprookjes en vele ander magische verhalen terug te vinden is! Drie maal zeven vormt het getal 21, het getal van de voleinding van een cyclus uitgebeeld in de Grote Arcana van de Tarot. Het is ook het getal van volwassenheid. Het centrum van de hemel en het centrum van de hel Uiteindelijk kom je dan bij het centrum van de hemel; de plaats waar alle sterren omheen draaien. Deze ligt vlakbij de Poolster en is te zien als het zwarte gat waar de zielen doorheen moeten om in de hemel te komen. In het huis correspondeert deze plaats met het rookgat in het dak of anders de uitgang van de schoorsteen. In het lichaam is deze plaats de kruin. Hier wordt de kosmische boom of paal in gestoken. In de Egyptische mythologie wordt deze gesymboliseerd door de fallus van Geb, de god van de aarde. Het zwarte gat is dan de vulva van de hemelgodin Nut. In de meeste mythologieën heeft de kosmische boom echter zowel vrouwelijke als mannelijke energie in zich. In diepe trance of meditatie kan je deze paal beklimmen en zo de hemel bereiken. Je kan ook kiezen voor de weg omlaag, waarbij je telkens verder afdaalt naar het hart van de onderwereld. Uiteindelijk zal je het centrum van de aarde/ onderwereld bereikt hebben. De personen die deze kunst bewust beheersen zijn astrale reizigers. Ze worden heksen, druïden, sjamanen, priesters en tovenaars genoemd, al naar gelang de desbetreffende cultuur. Deze reis wordt – meestal – gedaan door middel van een extase-techniek, waarbij het lichaam wordt achter gelaten. Deze twee polen – van hemel en onderwereld – met elkaar verbinden is als het oplossen van een grote paradox: het vinden van vrijheid in verbinding. Als je in een meditatieve trance bent, zijn omhoog en omlaag twee inwisselbare termen. In ons dagelijkse, gewone bewustzijn zal bewustzijn en energie zich splitsen zodat er een afstand ontstaat tussen het individuele bewustzijn en het denken, doen, voelen en gewaarworden van dat individu. Het ego ervaart zichzelf als apart staand van de ervaring. (Alsof hij het door het raam van zijn ogen, van een afstandje meemaakt.) Door die splitsing ontstaan de vier elementen van onze wereld. Bewustzijn, energie en de vier elementen Van boven komt puur bewustzijn dat zich splitst in de mannelijke energie van handelen oftewel het element vuur en denken oftewel het element lucht. In handelen stroomt de energie verder als de (witte) draak. Zij kronkelt net als de rode draak rondom de kosmische paal. Als denken stokt zij en vormt de in miljoenen compartimentjes, woordjes en objecten opgedeelde wereld zo wij die kennen. Van beneden komt pure energie die zich splitst in het vrouwelijke bewustzijn van gevoel oftewel het element water en lichaam plus zintuigen oftewel het element aarde. Zo wordt ons bewustzijn van materie gevormd. Voelen stroomt door en kronkelt rondom de paal als rode slang-draak. Materie stolt de energie en vormt onze wereld. Dit is de wereld van ‘maya’, van de verschijnselen. (3) De wereld van afstand Onze mensenwereld is te zien als een tussenruimte tussen hemel en aarde. Het is onze wereld van materie-in-gedachten, waar de elementen aarde en lucht de overhand hebben. Hiermee hebben wij onbewust afstand genomen tot de ware werkelijkheid. Zij wordt beheerst door JHWH/de demiurg en/of door Maya/Morgana. Dit zijn de ‘goden’ die deze schijnwereld hebben gecreëerd en die pretenderen dat dit de enige, echte wereld is. (2) Is onze wereld dus slechts illusie? Je kan in ieder geval zeggen dat ze onvolledig is. We hebben, door slechts materie en gedachten als werkelijkheid te accepteren, onze perceptie drastisch beperkt en ingekapseld! Door dit te accepteren verliezen we een groot deel van onze potentie en van onze energie. We geven onze macht om onze eigen realiteit te creëren uit handen. De symbolen der elementen De wereld van de vier elementen wordt aldus gevormd door de wijze waarop ze in ons energetisch systeem en dus in onze wereld/perceptie terecht komen. De vier elementen aarde, water, vuur en lucht corresponderen ook met de vier lichaamssappen (uit de oude geneeskunde der humeuren van Galenus en Hippocrates), windrichtingen en seizoenen. Zij worden o.a. gesymboliseerd door de schatten van de Tuatha de Dannan uit de Keltische mythologie, de onderdelen van de graal en de kaarten van de tarot. De schatten zijn de ketel, het zwaard, de lans en de steen. De tarot kent bekers, zwaarden, staven en munten/pentagrammen. Het verhaal van de Graal laat de elementen zien wanneer deze uit balans zijn: de gesluierde graalsbeker, het gebroken zwaard, de bloed druppelende lans en de steen of schotel met daarin het afgehouwen hoofd. Het bij elkaar komen van de vier elementen als ervaren, voelen, doen en denken vormen als geïntegreerd geheel de Graal, de quintessence. Als het zwaard uit de steen is getrokken en de staf in de ketel is gestoken, dan kan het magische brouwsel ontstaan dat inspiratie en wijsheid verleend. Dit zou je het vijfde element kunnen noemen. (De betekenis van de Graal en zijn vier elementen kan je hier lezen) Het wiel van de Zodiak De zodiak (oftewel de twaalf tekens van de dierenriem) werd wel gezien als een wiel. De Italiaanse volksnaam is ‘molenwiel’. Tegenover dit wiel ligt de schijf van de aarde. Tussen de Poolster en het middelpunt van de aarde ligt de as van dat wiel. Hier zit de roterende hemelpilaar, de as die hemel en aarde verbindt. Deze wordt wel vergeleken met de molen van Fenja en Menja bij de Germanen of de Sampo, de wondermolen uit de Kalevala, bij de Finnen. Dit wiel draait en maalt en brengt zo vruchtbaarheid aan de mensen. Het is ook te vergelijken met de Indiase mythe van het malen van de zee met een enorme slang die gewikkeld was rondom de berg Meru om Soma, het maan- of zielenvocht te maken. Deze soma/ madhu was alleen gereserveerd voor de goden, of voor de krijgers die in extase de hemelpoort wisten te bereiken. Malen, brouwen en karnen Dit proces om van boven naar beneden en van hemel naar aarde te gaan en vice versa is kosmisch èn menselijk en heet in verschillende symbolische termen: Het malen van de sampo (bij de Finnen), karnen van de soma (boter) (bij de Indiërs), brouwen van de mede (bier) (bij de Noormannen). Ook vrijen, kussen, dansen, zingen, heilig vuur maken, spinnen van de levensdraad en andere roterende, draaiende en scheppende bewegingen kunnen symbool staan voor dit proces. Dit is een scheppingsdaad die bewuste, vitale energie creëert en bewust verbindt (dit is de oervorm van religie; ‘religare’ betekent verbinden). Door mannelijke en vrouwelijke/positieve en negatieve energie te verbinden ontstaat bezielde, geanimeerde energie. Eigenlijk worden we ons dan pas bewust van die bezieldheid. Het geluk van dat besef is het drinken van de godendrank soma, mede of ambrozijn of het drinken uit de bron van de Muze of de bron des levens. Dit wordt ook verbeeld door het vinden van het levenselixer van het eeuwige leven en het vinden van de Steen der wijzen. Dit is werkelijk religie bedrijven zoals het bedoeld is. Dit heilige werk zorgt ervoor dat de ruimte tussen hemel en aarde verdwijnt waardoor deze twee weer met elkaar verbonden zijn en er een hemel op aarde, of anders gezegd; een aards paradijs kan ontstaan! De dertien ridders op avontuur Verder is er ook een connectie met de getallen twaalf en dertien. Het is opmerkelijk om te zien hoe vaak deze getallen voorkomen in de sagen en mythen: De 12 tekens van de dierenriem en de 12 huizen van de horoscoop De 12 maanden en 13 maanmaanden (met de 13 bomen van de Keltische maankalender) De 12 werken van Hercules De 13 discipelen en apostelen (inclusief Jezus of Judas) De 13 paladijnen (inclusief koning Karel) De 13 ridders van de Ronde tafel (inclusief koning Arthur) De 13 heksen in de coven (inclusief de duivel) De 13 schatten van Merlijn Als je scherper kijkt dan is de dertien eigenlijk meer te zien als twaalf plus een waarbij de dertiende de quintessence is van de twaalf, zoals het vijfde element ‘ether’ dat is voor de vier elementen. De innerlijke, energetische boom of zuil van energie met de zeven chakra’s maal de vier elementen, maakt één ‘boom’ of (maan)maand van 28 aspecten/dagen. Er zijn dertien verschillende kosmische bomen en/of ridders te paard waarmee astraal gereisd kan worden. Eén van die dertien zal altijd in het centrum staan, als de naaf van het wiel. Deze is de koning en het stralende middelpunt. De andere twaalf kunnen op avontuur gestuurd worden om op queeste te gaan, om aspecten van het bewustzijn te verkennen, om draken te verslaan, betoveringen te verbreken enzovoorts. Echter de koning moet onherroepelijk uit het centrum gaan om plaats maken voor een nieuwe ridder om het scheppende proces op die manier gaande te houden. De Gulden Snede Je kunt deze twaalf ook als drie maal de vier elementen zien, (elk teken van de horoscoop heeft zijn eigen element bijvoorbeeld) waarbij de drie staat voor het proces van zoeken naar de Gulden snede/het harmonische evenwicht, de balans van de levenskunstenaar op het slappe touw van de levensdraad die van te veel (één), naar te weinig (twee), naar precies genoeg (drie!) gaat. De regenboogbrug heeft vaak slechts drie kleuren en is tegelijkertijd messcherp. Wie dit pad kan bewandelen komt terecht in de hemel! Wie valt zal opnieuw moeten beginnen waar hij geëindigd was. De balans is alleen te houden door in beweging te blijven en telkens dit proces opnieuw te doorlopen. Jij bent de één, maar ook alle twaalf, en twaalf keer ga je er op uit om je avontuur te beleven, om je levensjaar, je levenscyclus compleet te maken. Je gaat in de geest reizen naar de ‘andere wereld’, naar de geestelijke wereld. In dit avontuur bevecht je een ‘dier’ of ‘vijand’. Dit is een aspect van je energie dat je nog niet beheerst en dat daardoor tot een monster of draak is geworden. Als het monster wordt gedood kan er energie vrij gemaakt worden, dit is je schat. Uiteindelijk zal je dertien schatten (symbolen van overvloed en soevereiniteit bij de gratie van de Godin) winnen. Dit is te zien als de – drie maal vier – schatten van de elementen. De schat kan ook bestaan uit het temmen van het monster waardoor dit een eigen kracht wordt. Dan wordt je zelf de weerwolf, heks, draak, leeuw etcetera. Als de kracht beheerst wordt, dan is het ‘monster’ nobel en wijs geworden! Abe van der Veen 1 In dit systeem is aandacht van de grootste importantie. Wie meester is over zijn eigen aandacht is meester over zijn eigen leven. De aandacht wordt vanuit het persoonlijk bewustzijn op allerlei mogelijke ‘dingen’ gericht, maar tegelijk wordt de aandacht door vele sterke krachten aangetrokken. Waarom zijn er zoveel aandachtstrekkers die concurreren om de aandacht van de mensen? Omdat aandacht ook energie is. Wie de aandacht krijgt, krijgt tegelijkertijd energie van die persoon. Als deze aandacht vooral eenrichtingsverkeer is dan komt dit neer op een vorm van energetisch vampirisme. Wanneer je er achter komt waar naartoe de meeste aandacht wordt gezogen, weet je ook wie de grootste vampiers in deze wereld zijn. Er is een concurrentie gaande wat betreft de aandacht voor alles op het alledaagse vlak. Deze strijd is al allesbehalve eerlijk. De nog meer perfide concurrentie is die tussen de aandacht voor het alledaagse en voor het bovennatuurlijke. (In het sjamanisme uit de boeken van Castaneda wordt dit wel de wereld van de Tonal en die van de Nagual genoemd) Door het volledig negeren en ontkennen van het bestaan van de geestelijke wereld door de wetenschap en ook door het ontkennen van de mogelijkheid om daar in dit leven al te kunnen komen door de georganiseerde religies is deze dimensie voor de meeste mensen – schijnbaar – onbereikbaar gemaakt. Het bovenstaande systeem is alleen te gebruiken als je zelf – ten dele – meester bent van je aandacht en kan switchen tussen gewoon en ‘hoger’ bewustzijn of anders gezegd tussen de alledaagse en de ‘geestelijke’ realiteit. 2 Goden zijn voor mij grotere energetische constructen die met bewustzijn zijn behept. 3 Of komt er toch eerder energie en bewustzijn zowel van beneden als van boven? Het kan ook zo zijn, dat energie meer zit in vuur en water, de oerelementen en dat bewustzijn samen komt met de afgeleide elementen lucht en aarde          

Van zwartgallig tot goed geluimd: het goede humeur volgens Hippocrates

vrijdag 18 januari 2019 18:26

Heb je wel eens last van een slecht humeur of ben je juist altijd goed geluimd? Hieronder ga ik je vertellen van de oude wijsheid die nog leeft in bepaalde woorden die te maken hebben met de ‘humeurenleer’. Zij kunnen je iets meer vertellen over het geheim van in een goed humeur zijn en blijven! Humeuren en lichaamssappen Hippocrates van Kos Humeur komt van ‘humores’ oftewel de lichaamssappen. In de oude geneeskunde – die nog gestoeld was op de Griekse theorieën van Hippocrates (ca. 460-370 vCE) en de Romeinse geschriften van Galenus  (tweede eeuw vCE) – was een gezond iemand een persoon wiens vier lichaamssappen goed gemengd zijn. Zo iemand kan een temperamentvol persoon zijn. Temperament betekent dan ook de juiste hoeveelheid bij het mengen of de juiste maat. Als je ‘uit je hum(eur)’ bent dan zijn die vier sappen juist niet goed gemengd! Je wordt dan humeurig. Ook het woord humor komt van ‘humores’. Hier wordt juist gerefereerd aan een goed humeur. Een goede menging geeft levendigheid, vrolijkheid en humor. Je bent dan goed geluimd of goed gestemd. Luim komt van ‘lune’ wat maan of gemoedsstemming betekent. Je luim kan je zien als je tijdelijke karakter. Zoals iemand met een ochtendhumeur die later op de dag toch weer vrolijk wordt. Luim komt ook van ‘maan’ omdat men veronderstelde dat de vier maanstanden invloed hadden op iemands stemming en geest. Denk daarbij ook aan woorden als maanziek en ‘lunatic’. (1) Een goede stemming Het hebben van een goede of slechte stemming, goed gestemd of juist ontstemd zijn kan je allemaal vrij letterlijk opvatten: Als je je wezen opvat als een muziekinstrument dan zou het als je ontstemd bent vals klinken. Als je structureel in een slechte stemming bent dan wordt je uiteindelijk een vals kreng! Als je vooral in een goede stemming bent zal je wezen juist goed en zuiver klinken. Je bent uit harmonie met je omgeving of je resoneert in harmonie met je omgeving. Als je meer affiniteit hebt met mechanische instrumenten kan je dit ook een goede gesteldheid of een goede instelling noemen. Je gemoed is op de juiste wijze afgesteld zodat je een klaar en helder gemoed hebt! Uitdeuken van de butsen in je ‘vorm’ Dürer – Melancholia Hetzelfde is er aan de hand met uit vorm en in vorm zijn. Het gaat hier oorspronkelijk niet om je fysieke vorm, maar om de vorm van je energetische of geest-lichaam. Als dit een harmonische, evenwichtige vorm heeft dan is het ‘in vorm’. Is dit ‘lichaam’ uit vorm, dan is het uit balans en heeft het een onevenwichtige opbouw. De vorm van je energetische lichaam is deels afhankelijk van de beïnvloeding van buitenaf. Van buiten komen er allerlei indrukken, of op zijn Latijn impressies, op je af. Zij maken een indrukking, een impressie. Als iets een heftige indruk heeft gemaakt, kan je dus lang uit evenwicht zijn omdat het een behoorlijke deuk in je vorm heeft gemaakt. Dit geeft vaak ook een deuk in je zelfvertrouwen! Het is dan nodig om hier een uitdrukking of een expressie aan te geven. Zo kan je  jezelf als het ware uitdeuken. Het leven kan je vele butsen en krassen geven. Dan is het fijn om te weten dat je zelf van binnenuit – door middel van expressie – een vervelende indruk weer uit kan wissen of glad kan strijken. Sommige dingen vallen niet uit te deuken of glad te strijken, ieder zal onderweg wat krassen op zijn ziel oplopen. Dit vormt karakter. En dat klopt want karakter komt van het Griekse ‘charasso’ wat kerven of insnijden betekent. Al deze inkervingen en krassen maken je tot een unieke persoon en een karaktervol iemand. (2) De vier temperamenten Flegmatisch, cholerisch, sanguinisch, melancholisch We gaan even terug naar die vier lichaamssappen. Hippocrates onderscheidde gele gal, zwarte gal, bloed en slijm. Als deze vier in een juiste balans zijn dan is de mens gezond. Als er disbalans is dan overheerst er één van deze humeuren. Dit geeft de vier temperamenten of mengvormen: zwartgallig, sanguinisch, flegmatisch en cholerisch. Wie zwartgallig of melancholisch is, is vaak neerslachtig  en introvert, hij is koud en droog en zijn element is aarde. Aarde is het zwaarste element en hij is dan ook zwaarmoedig. Een cholerische persoon is opvliegend en heethoofdig. Zijn kwaliteit is warm en droog. Dit zie je in het Franse colère voor woede. Zijn element is vanzelfsprekend vuur. Een flegmatische persoon is stoïcijns op het onderkoelde af. Zijn kwaliteit is dan ook koud en vochtig en zijn element is water. Een sanguinische persoon is luchtig, energiek en vrolijk en daarom soms oppervlakkig. Zijn element is lucht en zijn kwaliteit is warm en vochtig. Dit systeem van koud, warm, nat en droog is van de Romeinse dokter Galenus. Deze koppelde ook de vier elementen aan het humorensysteem. (3) Doordat dit systeem al gauw letterlijk op het fysieke lichaam werd toegepast ontstond het idee dat het teveel van een bepaald sap uit het lichaam moest worden gehaald. Dit leidde tot onverkwikkelijke en ondeugdelijke geneesmethoden als aderlaten, laten braken, laxeren e.d. en daarmee kwam het hele systeem van de vier humeuren in diskrediet. Toch is het de vraag of we hiermee niet het kind met het badwater hebben weggegooid. De therapie van Hippocrates Als je kijkt naar de belangrijkste wijze waarop Hippocrates zijn patiënten genas dan zien we toch de wijsheid en zinnigheid van dit systeem. Zijn zorg was er vooral in gelegen om de patiënt terug te doen keren naar zijn persoonlijke, oorspronkelijke staat van zijn en zijn natuurlijke balans. Hij was ervan overtuigd dat geest en lichaam in zichzelf de macht hebben om de vier humeuren terug in balans te brengen om zo zichzelf te genezen. De therapie van Hippocrates was er vooral op gericht om dit proces te faciliteren. Dit deed hij o.a. door de patiënt te laten rusten, gezonde eet- en drinkgewoonten aan te leren, veel in de frisse open lucht te laten zijn, hem te laten letten op zijn persoonlijke hygiëne en door te kijken naar het natuurlijke verloop van processen in het lichaam. Ook van de dokter zelf werd innerlijke rust en zuiverheid verwacht, hij was vooral adviseur en de patiënt moest zichzelf genezen. (4) Het Asklepion Asklepios Hippocrates had zijn training waarschijnlijk ontvangen in het Asclepion van Kos. Dit is een tempel van genezing gewijd aan de god van de geneeskunst Asklepios. In deze tempels werd de zieke zowel op een fysieke als op een geestelijke wijze behandeld. Hij werd hier geholpen door middel van een zuiveringsproces genaamd de Katharsis. Hij zuiverde zijn lichaam van binnen en buiten door middel van baden en diëten en hij zuiverde zijn geest van heftige emoties door middel van kunst. Vervolgens onderging hij een incubatie. Hij ging slapen in de tempel en werd dan bezocht door de godheid die hem door middel van een droom vertelde wat hij kon doen aan zijn ziekte. (5) De vier elementen Het elementensysteem vinden we het eerst bij de Griekse filosoof Empedocles (vijfde eeuw vCE). Bij de elementen gaat het om het eerste principe. Wat was er het allereerst? Eerdere filosofen noemden water, vuur of lucht als eerste principe. Voor Empedocles waren er niet één, maar vier elementen in het oerbegin. De mens is niet los te koppelen van zijn natuurlijke omgeving, ook hij bestaat dus uit deze vier elementen. Deze moeten echter niet verward worden met ons huidige scheikundige elementensysteem. Vanuit een esoterisch standpunt gaat het bij de vier elementen vooral om vier wijzen van waarneming die tegelijk met het individueel bewustzijn ontstaan en dan direct met elkaar gemengd zijn. Hierin staat lucht voor het denken, aarde voor zintuiglijke waarneming, vuur voor doen en water voor gevoel. Iedereen heeft zijn eigen persoonlijk ideale mengvorm waarin een bepaald element de boventoon heeft. Als je vanuit dat element bezig bent, dan ben je in je element! Wanneer de ‘humorale’ disbalans bij ziekte nu eens niet gaat om het fysieke lichaam, maar meer om het geheel van de mens, zowel in zijn geestelijke als zijn lichamelijke staat, dan is de behandelingsmethode van Hippocrates (en ook de methode van het Asclepion) zo gek nog niet! Conclusie In het grote mengvat dat de samenhang is tussen lichaam, ziel en geest komen continu invloeden binnen van buitenaf, zoals wij op onze beurt ook weer onze omgeving beïnvloeden. Er wordt aan je getrokken en geduwd en er wordt om je aandacht gebedeld. Soms lijk je meer een speelbal van allerhande gebeurtenissen dan dat je zelf bepaalt hoe je je voelt en wat je denkt of doet. Toch is het verkrijgen van balans in je systeem iets wat je van binnenuit kan aanpakken. Door naar binnen te schouwen en dan te zien wat de balans is tussen jouw elementen kan je je eigen humeuren of temperamenten veranderen tot deze perfect met elkaar in balans zijn. Dan heb je een juiste instelling en voel je je in een goede stemming of humeur! Dit moet je dan wel doen vanuit je centrum, vanuit het middelpunt dat  tot geen van de vier elementen behoort. Deze plek kan je je contactpunt noemen met het vijfde element; dit is de ether of ook wel de quintessence. http://www.etymologiebank.nl/trefwoord/humeur http://www.etymologiebank.nl/trefwoord/luim https://nl.wikipedia.org/wiki/Humores http://www.etymologiebank.nl/trefwoord/karakter Deze leer vindt je veel uitgebreider uitgelegd in diverse websites: https://nl.wikipedia.org/wiki/Temperament https://www.desteven.nl/leerdoelen/persoonlijke-leerdoelen/persoonlijke-effectiviteit-leerdoelen/kwaliteiten/temperamentvol https://nl.wikipedia.org/wiki/Hippocrates_van_Kos https://en.wikipedia.org/wiki/Asclepeion  

De Kerstgeest en Kerstgedachte in ‘A Christmas Carol’

maandag 24 december 2018 13:13

Rond deze tijd hebben velen de mond vol van de ‘kerstgedachte’. Dat woord is waarschijnlijk een verkeerde vertaling van het Engelse ‘Christmas spirit’. Letterlijk is dit – niet de gedachte – maar de geest van de kerst. Door het beroemde kerstverhaal ‘A Christmas Carol’ (Scrooge) van Dickens uit 1843 te lezen en te vertellen kreeg ik een inzicht over wat die ‘geest’ van kerst zou kunnen betekenen. (1) Scrooge de Anti-kerstspirit Kerst is voor de gierigaard Scrooge het tegenovergestelde van alles waar hij voor staat. Hij heeft er een grondige hekel aan. Hij negeert de geestelijke kant van de wereld volkomen, voor hem bestaat alleen de materiële wereld en de gedachtenwereld. In die kleine, koude, gevoelloze wereld draait hij rond. Doordat hij hier volledig in vast zit, straalt hij dit ook uit. Hij brengt de innerlijke koude en de geestelijke leegte met zich mee. In het boek staat het zo: ‘Hij droeg zijn vriestemperatuur overal met zich mee, in de hondsdagen maakte hij zijn kantoor als ijs en hij deed die kou geen graad ontdooien met Kerstmis.’ (2) Maar met Kerst is hij plots alleen in dit streven. Voor een korte periode staat het jaarwiel stil en als die niet meer draait dan moeten onze ‘wielen’ ook stilstaan, volgens de traditie, en daarmee staat al het werk stil. (3) Het is tijd voor echt contact in plaats van contact bemiddeld door werken, materie en zaken. Er is contact mogelijk dat rechtstreeks van geest tot geest en van hart tot hart gaat. Voor Scrooge is dit echter allemaal ‘humbug’, onzin! Geesten en de geestenwereld De kersttijd is de tijd tussen de jaren. Het zijn de Heilige nachten. De wand tussen onze wereld en de geestenwereld is dan dunner. We staan er meer voor open om geesten en ’t geestelijke te zien. Scrooge ziet inderdaad de geest van zijn compagnon Marley of hij dat wil of niet. Deze laat hem ook de zware kettingen zien die hij met zich mee moet dragen. Marley is een dolende geest die – nog – niet naar gene zijde is overgegaan omdat hij nog teveel gehecht is aan het aardse slijk. Hij draagt datgene waar hij gehecht aan is nog steeds met zich mee, ook al zou hij er graag van af willen. Hij is een van de vele geesten die buiten nog rond dolen. Ook de levende Scrooge is in zeker zin een geest. Zijn geestwezen draagt al een enorme zware ketting met zich mee. Scrooge verlaat zijn bed, met de drie geesten van de kerst, niet in het vlees, maar in de geest. Niemand kan hem zien tijdens zijn tocht. Ook hij is op dat moment een spook! Je zou het als een droom kunnen zien, maar voor Scrooge is het levensecht. Je zou ook kunnen zeggen dat hij uit zijn lichaam is getreden. De geesten van de Kerst In die ‘geestelijke’ staat ontmoet hij dan de drie geesten van de Kerst. Als geesten van het verleden, heden en toekomst van de Kerst hebben ze wel wat van de Parcae, de drie schikgodinnen die het lot bestieren van elk mens. Hij wordt door de geesten geconfronteerd met zijn eigen armoedige geestelijke staat en de ware liefde, warmte en vrolijkheid die daar vlakbij, maar net buiten zijn blikveld plaatsvinden. Hij ziet het in het liefdevolle gezin van zijn werknemer Bob Cratchit en hij ziet het in de vrolijkheid en gulheid van zijn neef Fred. Ook op plaatsen van bittere materiële armoede blijkt geestelijke rijkdom mogelijk. De geest van het verleden laat zien hoe hij zich afwende van vreugde en geluk om slaaf te worden van de materie. De geest van de toekomst is in feite de ‘Dood’. Hij laat zien wat de ultieme consequentie van zijn gedrag is: sterven in eenzaamheid zonder iemand die om hem rouwt.. Om het begrip ‘Christmas spirit’ te begrijpen moeten we ons echter vooral concentreren op de Geest van de kerst van de tegenwoordige tijd. Hij is een grote, vrolijke (‘jolly’) kerel met een donkere baard. Hij draagt een groene mantel, met wit bont afgezet en hij draagt een krans van hulst. In 1843 bestond de Kerstman zo wij hem nu kennen nog niet. Deze geest is een soort proto-kerstman. Hij houdt het midden tussen de God van de Saturnalia Saturnus/Kronos en de ‘Groene ridder’ uit het Arthuriaanse epos. (4) De toorts van de Geest van de Kerst In dit deel van het verhaal viel mij vooral één bijzonder detail op: de Geest van het tegenwoordige Kerstfeest draagt een brandende toorts bij zich die qua vorm lijkt op een ‘hoorn van overvloed’. Bij het rondgaan langs de verschillende kerstfeest-vierders sprenkelt de Geest verschillende malen wierook of water uit de toorts. Diegenen die ruzie hebben leggen het weer bij, ze verzoenen zich met elkander. Anderen worden spontaan vrolijk en lachen luidkeels. Hij sprenkelt het ook op het kerstmaal van vele mensen en Scrooge vraagt: ‘is er een bijzondere smaak in wat u uit uw toorts sprenkelt? De geest antwoord: ‘Ja, die van mij.’ Die smaak zit in elke maaltijd die op de kerstdag gul gegeven is. Dit is letterlijk de Christmas spirit! (5) Deze Christmas spirit wordt vaak geclaimd als specifiek christelijk, maar daar is in ‘A Christmas carol’ geen sprake van. Daar wordt alleen maar vluchtig naar de christelijke achtergrond van het Kerstfeest verwezen. Zij komt hier niet van het Kerstkind, maar van de Geest van de kerst! Alleen al de aanwezigheid van de Geest van het tegenwoordige Kerstfeest zelf maakt dat mensen onbewust aangestoken worden door zijn stralende en onschuldige vrolijkheid. Zijn ‘spirit’ is stromende levenskracht. Een bruisende vitaliteit die niet anders dan tot vrolijkheid kan leiden. Zijn toorts die overal licht en vreugde brengt is tegelijkertijd een hoorn die inderdaad overvloed geeft en zegen brengt. Door zijn open hart kan hij ruimhartig schenken zonder vrees dat het op zal raken. In de geestelijke wereld is de ‘spirit’ immers onuitputtelijk! Conclusie en catharsis Scrooge ziet hoe de Geest van de Kerst de mensen vrolijk maakt en met elkaar verzoent en hoe hij overal zijn ‘kerst’zegen brengt en neemt het ter harte. Hij belooft het volgende aan de Geest van Kerst van de toekomst: ‘Ik zal Kerstmis vieren in mijn hart en het wezen ervan in mij vasthouden het hele jaar door.’ (6) Als hij eindelijk wakker wordt houdt hij zich aan zijn woord en wordt een weldoener voor de mensen om hem heen. Iedereen zegt: er is niemand die zo goed weet hoe je kerst moet vieren als Ebenezer Scrooge! Als je – net als de drie Kerstgeesten – werkelijk van geest tot geest contact maakt, dan zie je de naakte waarheid. Je ziet jezelf en de ander en je connectie met die ander zoals die werkelijk is. Dit kan pijnlijk zijn, maar ook een aansporing tot verzoening en blijmoedig, onzelfzuchtig contact zonder ‘addertjes onder het gras’. Als je geconfronteerd wordt met de tekortkomingen van je eigen ‘geest’ kan je inzien dat het tijd wordt om meer ‘spirit’ te tonen. Het kan je het inzicht geven dat wij allemaal – net als de Geest van de Kerst – een ‘cornucopia’, een brandende toorts bij ons dragen die onuitputtelijk is. Dat wij elk een gevend hart hebben dat vanuit een innerlijke geesteshouding open staat voor wie daar een connectie mee wil en kan maken. Deze ‘geest’ is ook een aanstekende goedgehumeurdheid die er voor zorgt dat ieder in je buurt even wordt aangeraakt door jouw goede sfeer. Dat is jouw ‘geest’ of ‘spirit’ die zonder moeite bezielde energie, warmte en liefde kan uitstrooien. Dat is de ware zegening van de Kerst/Midwintertijd. ‘En zoals tiny Tim zei: God en Godin zegene ons, ieder van ons!’ (7) Abe van der Veen (2018) http://www.gutenberg.org/files/46/46-h/46-h.htm Dickens, C. – Een kerstvertelling 1982 p. 13 Lankester, K. – De acht jaarfeesten Samson W. – Christmas 1968 Dickens, C. – Een kerstvertelling 1982 p. 87 Dickens, C. – Een kerstvertelling 1982 p. 142 Godin is een toevoeging van mijzelf. Dickens, C. – Een kerstvertelling 1982 p. 153

Het geheim van de Wilde Jacht en het Wilde Heir

zaterdag 15 december 2018 11:37

In de tijd van de herfststormen en vooral tijdens de Midwinter, wanneer het buiten donker is en koud, dan werd vroeger de Wilde Jacht gezien. Dit ging om één of meerdere geesten die met groot lawaai door de lucht reden. Het kon gaan om één verdoemde, woeste jager die eeuwig moest jagen, maar ook om een compleet jachtgezelschap met vele ruiters en honden. Hiernaast werd met de Wilde Jacht ook wel een geestenleger of een grote schare met geesten bedoeld die door de lucht raasden. Ook dan zaten er meestal ruiters in het gezelschap, maar er waren ook geesten zonder rijdier, het ging dan vaak om krijgers gewapend voor de strijd. Dit wordt ook wel het Wilde Heir (=leger) genoemd. In de sage is er vaak één ooggetuige die dit fenomeen aanschouwt en soms ook een ontmoeting heeft met één of enkele leden van dit gezelschap. Er zijn al vele boeken en artikelen geschreven over dit fenomeen. Toch bleef de ware identiteit en de reden van de Wilde Jacht voor mij in deze studies onduidelijk. Hieronder probeer ik het geheim van de Wilde Jacht te ontsluieren. Cordes, J. W. – Wilde Jagd 1869 Rationalisering en verchristelijking Een complicerende factor bij het duiden van de Wilde Jacht is de neiging van vele twintigste- en negentiende-eeuwse schrijvers om het op een naturalistische wijze te willen verklaren. De Wilde Jacht is dan equivalent aan de storm of het zijn slechts overtrekkende ganzen. Hierin wordt de vroegere mens duidelijk onderschat. De Wilde Jacht is een bovennatuurlijk verschijnsel dat daarom alleen gezien kan worden door mensen die een bovennatuurlijke (paranormale) ervaring hebben gehad. Het geheel speelt zich af in een andere bewustzijnstoestand. Een omschrijving van een dergelijke ervaring zal het tot een onmogelijke gebeurtenis maken in de materiële wereld, maar zij kan wel degelijk uitdrukking geven aan een ervaring in de ‘geestelijke’ wereld! Een andere complicatie is de verchristelijking van de Wilde Jacht. Ergens tussen 1000 en 1200 is er een verwoede poging gedaan om de heidense Wilde Jacht te transformeren naar een versie waarin het geestenleger een soort van rondreizend vagevuur werd. Dit is bijvoorbeeld te zien in een van de eerste verslagen van de Wilde Jacht van Orderic Vitalis uit 1092. Hij noemt het hier de Mesnie Hellequin (het gevolg van Hellekijn). (1) Als het Wilde Heir een troep ronddolende zielen betreft valt het onderscheid tussen jagen en voortgejaagd worden weg. Het geestenleger is hier zijn functie kwijt, behalve dan dat een ooggetuige het zou kunnen zien als exempel om zijn leven te beteren of om dan voor de arme zielen te gaan bidden. Toen het vagevuur aan het einde van de twaalfde eeuw een speciale plek kreeg in het hiernamaals verdween deze uitleg. De Wilde Jacht werd vanaf dat moment door de priesters tot een bende van duivels en demonen gemaakt. (2) In de heidense tijd zal het geen van beide zijn geweest en ook voor het gewone volk in christelijke tijden zal het ten eersten male zijn gegaan om een ontmoeting met één of meer dode mensen. Peter Arbo – The wild hunt of Odin 1868 Jagers uit de Onderwereld Het werkwoord jagen heeft onder meer de betekenissen ‘vervolgen om iets buit te maken en te doden’ en ‘dwingen om te gaan, drijven, verdrijven’. Ik denk dat het jagen van de Wilde Jacht die tweede betekenis heeft. In mijn optiek wordt er gejaagd op datgene wat nog vasthoudt aan het materiële, maar daar niet meer thuis hoort. Deze dolende zielen en vastzittende energieën worden uit de materiële wereld weg gejaagd! (3) Vaak gaat dit om zielen die geen natuurlijke dood zijn gestorven. Deze jagers komen uit de onderwereld, de wereld van de doden. In de optiek van de heidenen betekende dit dat zij uit een berg of een grafheuvel kwamen of zelfs uit een gat in de grond. Deze geesten/ doden/ voorouders waren al volledig overgegaan naar gene zijde. Toch komen zij één of twee keer per jaar terug naar onze wereld voor de ‘Jacht’. Zij overschrijden de grenzen tussen de doden en de levenden om deze bijzondere taak te verrichten. Na het beëindigen van hun taak ging het – via een soms vast omschreven route – ook weer terug naar die plek of naar een andere ingang van de onderwereld. Deze weg werd in Duitsland ook wel de ‘Heirweg’ genoemd. Maar ook helwegen en dodenwegen werden door de Wilde Jacht gevolgd. Dit waren de namen voor wegen die door lijkstoeten werden afgelegd naar het kerkhof toe. Symbolisch bekeken is het de weg die de ziel aflegt naar de onderwereld/hel. (4) De heer van de Dood De leider (of leidster) van de Wilde Jacht kan je zien als een soort van zielengeleider (psychopompos). Hij is ook aan te merken als de heer of god van de dood. In Frankrijk wordt hij vaak Hennequin of Hellequin genoemd. Hij is te zien als de koning (quin) der doden (henne betekent dood en ‘helle’ is de onderwereld). In de Germaanse en Noordse landen gaat het vaak om Odin of Wodan. Hij is – onder andere – een god van de doden en van de extatici. (5) De namen van de Wilde Jager of de leider van het Wilde Heir zijn echter talloos. Hieronder zitten ook een aantal legendarische koningen zoals koning Karel, koning Arthur en koning Barbarossa. Van dezen wordt ook beweerd dat zij samen met hun dapperste krijgers ‘rusten’ in een grote hal onder een berg en op gezette tijden uit die berg komen. Ooit zullen zij terug komen om te zorgen voor een nieuwe Gouden tijd. (6) Ook in deze vorm komt de Wilde Jacht uit de onderwereld als wereld der doden. Midwintertijd De geestenjager (de Dood) kwam op gezette tijden in het jaar uit de onderwereld tevoorschijn om dan rond te gaan en de overgebleven, dolende zielen op te halen. Het was dan tijd voor de Wilde Jacht! Vooral de midwinter is een favoriete tijd voor dit fenomeen. (7) Dit is een van de scharniermomenten waarin er een overgang is van het ene naar het andere jaar en daarmee van de ene naar de andere toestand. Dit zijn dagen waarin er behoefte is om het oude op te ruimen en de sluimerende levensgeest wakker te maken. Het is ook een tijd waarin de sluiers dun zijn tussen onze wereld en de geestelijke wereld. Dolende en uitverkoren zielen Soms jaagt de Wilde Jager alleen, maar veel vaker heeft hij daarbij hulp van zijn uitverkorenen, zijn leger van uitverkoren zielen. Dit kunnen zielen zijn die tijdens hun leven al de kunst van de extase beheersten en uit hun lichaam konden treden. (Dit valt te vergelijken met het ‘Einherjar’, de krijgerselite van Odin.) (8) Als dit leger aan het einde van het jaar uit hun berg komt dan gaan zij op zielenjacht! Deze zielen zullen door middel van lawaai, gejoel en geraas opgejaagd worden. Zij zijn ook angstaanjagend om aan te zien. De dolende geesten gaan voor de woede van het ‘Woedende Heir’ op de vlucht. De angst voor de overtocht (en wat er daarna komt) is groot, maar de angst voor de Wilde jager en zijn trawanten is nog groter! Zo jaagt het Wilde Heir al het oude wat nog vasthoudt aan de materiële wereld schrik aan, zodat zij het op kunnen jagen en mee kunnen nemen naar de andere kant. Deze – vaak zwarte – geesten nemen de dolende zielen mee naar hun wereld. Ze worden voortgejaagd of meegenomen in een mand of een zak. Soms hebben ze ook bezems of roeden mee om daarmee de boel schoon te vegen. (9) Geesten Wellicht klinkt dit vreemd, geesten die op geesten jagen. Maar de ene geest is vrij en bestaat uit een kleine elite die al in zijn leven heeft geleerd om te kunnen schakelen in zijn bewustzijnsniveau en om zo uit zijn lichaam te treden. De andere geest is niet vrij, maar dolende en krampachtig gehecht aan de materie die hij niet zonder hulp los kan laten. De ene geest moet de ander helpen om los te laten. Is het niet goedschiks, dan maar kwaadschiks! Een aantal details maakt het nog helderder dat het hier om een geestenleger gaat. Het Wilde Heir komt heel vaak tijdens een storm of heftige wind, en wind is te zien als het ‘pneuma’, de wind van de ziel. De Wilde Jacht werd ook vaak vergeleken met een vlucht wilde ganzen of andere trekvogels. Dit zijn de zielenvogels die naar de andere kant, naar het Engel-land vliegen. De Jacht en de levenden Wie als levende nog buiten is en op het pad loopt van de Wilde Jacht loopt het levensgrote risico om meegenomen te worden. De aankondiger, die waarschuwt voor de komst voor de Wilde Jacht, zal roepen: ‘blijf op het midden van het pad!’. Wie dat niet doet is het haasje. Deze persoon zit niet in zijn centrum, maar is uit evenwicht. Hij is dus net als de ontijdig gestorven zielen dolende en daardoor prooi voor de Wilde jager. (10) Toch konden ook levende mensen mee doen aan deze razende ommetocht. In geschriften uit de zestiende en zeventiende eeuw van Agricola, Crusius en Cysat worden deze mensen genoemd. Zij vermomden zich dan als de doden door middel van maskers of zwart gemaakte gezichten. Ook zij raasden, joelden en tierden om het hardst mee. In de oudste vorm waren zij extatici, mensen die het vermogen hadden om uit hun lichaam te treden en zo als geesten mee te kunnen doen op deze jacht naar het afgestorvene wat niet uit eigen kracht verder kan. (11) De levenden en de doden hielpen elkaar om het oude op te ruimen. Zij vormden zo één gemeenschap. De voorouders zijn – zeker in de heidense tijd – nog steeds opgenomen in het familieverband. Later werd dit meedoen van de levenden niet veel meer dan een ritueel, een imitatie van datgene wat zich op dezelfde tijd in de lucht afspeelde. En nog later werd zelfs dit vergeten en vormden het vaak twee aparte fenomenen. Roverano – Noche de Walpurgis 1887 De zegen van de Wilde Jacht Als hetgeen wat niet verder kan rond blijft dolen geeft dat een nare sfeer. Spoken zijn eigenlijk altijd triest en ongelukkig met hun toestand en dat gevoel pakt een levende op, zelfs als hij de dode ziel niet waarneemt. Het maakt ook dat het jaarwiel of levenswiel stroever gaat. Het zorgt voor ongeluk en onvruchtbaarheid. Als zo’n ziel weer verder kan en die vastgeroeste plek is omgewoeld, dan kan de levensgeest weer vrijelijk stromen. Dat is de zegen van het Wilde Heir, dat maakt dat op die plek de oogst groter zal zijn en de mens gelukkiger. In het verhaal rondom de Wilde Jacht laat zich dit ook zien in het pad waar de Wilde Jacht langs heeft geraasd. Daar zie je gebroken takken en gevallen bomen of op het erf dat het gereedschap en de landbouwwerktuigen chaotisch in het rond zijn geslingerd. Als dit het geval is dan geeft dit juist geluk aan de bewoners. Het heeft de boel goed opgeschud en wakker gemaakt en het oude, wat niet meer nodig was meegenomen. Zo brengt de Wilde Jacht geluk, zegen en vruchtbaarheid voor deze plek. Dit volksgeloof is in ieder geval opgeschreven in Zwitserland en in Zuid-West Duitsland. Daar zegt men dat hoe wilder het wilde Heir tekeer gaat hoe vruchtbaarder het land zal worden. Een boer in Mecklenburg kreeg Frau Gaur op bezoek – een lokale leidster van de wilde jacht – zij raasde met haar honden over een stuk akkerland van hem heen en daar was de opbrengst van de rogge dat jaar tienmaal groter! (12) Het wilde heir kan dit doen omdat zij bestaat uit de doden. Vanuit het geloof dat het leven voort komt uit de dood en het gegeven dat de doden van onder de grond vandaan komen – net als de wortels van het gewas – werd aan hun een vruchtbaar makende kracht toegeschreven. Het rondtrekkende leger De zielengeleider hoeft degenen die dood gaan op de juiste tijd alleen maar te begeleiden, ze de weg te wijzen naar de andere kant. Maar hiernaast zijn er ook de ontijdig gestorven doden. Mensen die bijvoorbeeld zijn gestorven door geweld, ongelukken of executies. De Zwitser Renward Cysat zegt hierover in het begin van de zestiende eeuw: ‘Het wordt gezegd dat het Wilde Heir bestaat uit de zielen van mensen die een gewelddadige of voortijdige dood zijn gestorven. Zij moeten blijven dolen tot de dag die voor hun bestemd was. Ook levende mensen vergezellen hen op hun rondgangen.’  De Duitser Martin Crusius heeft het – eveneens in de zestiende eeuw – over ongedoopte kinderen, gesneuvelde soldaten en extatici die de weg naar hun lichaam niet terug wisten te vinden als de deelnemers aan de Wilde Jacht. (13) Deze zielen zijn vaak angstig en verward en houden zich daarom krampachtig vast aan de materiële wereld. Zij negeren de zielengeleider, deze oogster der doden, en blijven hangen in deze wereld. Ze gaan dolen en spoken en zien er vaak angstaanjagend uit: ze missen lichaamsdelen, zijn half verbrand, of verwond door zwaarden. Dit volksgeloof dat Cysat benoemt zegt dus dat de Wilde Jacht bestaat uit zielen die een voortijdige dood zijn gestorven en sindsdien in een grote groep rondtrekken tot de dag waarop ze eigenlijk behoorden te sterven. Zij gaan dus niet aan het einde van het jaar mee de onderwereld in. De term jacht is hierin verwarrend het gaat dan meer om een rondtrekkend ‘leger’: het Wilde Heir. Hier rest de ziel geen andere keuze dan rond te dolen tot haar tijd op aarde er op zit. Pas dan kan zij verder trekken naar gene zijde. Conclusie Er wordt in de bronnen nergens expliciet gezegd dat de geesten van de Wilde Jacht opgejaagd werden en meegenomen naar de Andere wereld. Toch lijkt mij dit de enige reden waarom geesten op gezette tijden zouden gaan jagen om vervolgens weer te verdwijnen. Het meedoen van extatici aan de jacht krijgt dan zin en het brengen van vruchtbaarheid aan het land wordt dan begrijpelijk. (14) In één versie van de Wilde Jacht ging het om een jager die zo van jagen hield dat hij zelfs op zondag joeg. Dit is de dag des heren waarin ieder de zondagsrust zou moeten houden, maar hij weigerde. De jager werd daarom gestraft door eeuwig te moeten blijven jagen. Natuurlijk is dit een vervormde, verchristelijkte versie. Toch is er één jager die inderdaad zelfs voor god niet zal stoppen, ook op niet op heilige dagen (of juist dan niet) en dat is de dood. Zijn eeuwige jacht is geen straf van God, maar een teken van zijn goddelijkheid. Peter Arbo – Asgardsreien 1872 Epiloog: De Wilde Jacht in Nederland In Nederland komen we de Wilde Jacht eigenlijk alleen tegen in het oosten en zuiden des lands. De drie bekendste varianten komen alle drie in Nederland voor: In Noord-Brabant wordt verteld dat in najaarsnachten als het stormt de Wilde Jager jaagt. Hij gaat dwars door de grauwe wolkenflarden. Je hoort dan het blaffen van honden, getrappel van paarden, het schallen van hoorns en het geroep van de jagers of het joelen van hen die mee moeten rijden in die Helse jacht. (15) In Gelderland wordt verteld van de jager die eeuwig moet jagen. Hier heet het de Berndekesjacht die onder leiding van Berndeke van Geulen (Beerneke van Galen) eeuwig moet jagen als straf voor jagen op zondag. Hij jaagt vooral in het voorjaar. Deze persoon is niemand minder dan ‘Bommen Berend’, de bisschop van Münster die Groningen en Drenthe binnenviel in het rampjaar 1672. (16) In Noord-Brabant heette de Wilde Jager Dirk of Derk met de Beer (everzwijn). Hij was een boer, maar ook een geweldig jager die een goddeloos leven leidde. Hij verloor zijn dieren stuk voor stuk aan de veepest en op een dag werd hij zo kwaad vanwege dat verlies, dat hij met zijn geweer in de lucht schoot om God te raken. Daarom moest hij na zijn dood eeuwig jagen met zijn honden. Als een late wandelaar hem ontmoet dan dwingt hij hem zijn honden vast te houden, lukt dat niet dan draait hij hem de nek om! (17) In Limburg bij de Mookerheide wordt dan weer verteld dat het om een spookleger gaat. Het zijn de graven Lodewijk en Hendrik van Nassau die na hun nederlaag nog rondspoken met hun leger als de Wilde Jacht. (18) W. Maud – The ride of the Valkyries 1890 De Wilde Jacht en zijn leider hebben in Nederland vele namen: Helse Jacht, Rebelse Jacht, Jacht van Hänsken met de hond, Tilkesjacht, Telmsjacht, de wilde jacht van Tütü, de Kefkesjacht, De wilde jacht van Tüpis, Knuppeljacht, Turkusjacht, Jacht van de eeuwige Jood, Tieltjesjacht, Juulkesjacht, Jacht van Hakkelbeernd en Jacht van Jakko. Ook van de heiligen sint Hubertus en sint Maarten wordt gezegd dat ze de Wilde Jacht aanvoeren. (19) Geen van deze namen doen denken aan Wodan of Odin. Ook vinden we in Nederland geen vrouwelijke aanvoerder. Er is geen spoor te vinden van een vrouw Holle of een Percht die de Jacht aanvoert zoals in Duitsland. De Gelderse Hänsken kan wel een variant zijn van de Franse Hennequin/Hellequin, waarbij het Henne- deel in de naam slaat op de dood. Je moet goed oppassen voor deze Hänsken. Als je hem en zijn hond hoort moet je het midden van de weg houden anders wordt je door hem meegevoerd! (20) Een van de meest opmerkelijke namen die genoemd worden is die van Ruprecht. (21) Deze werd in het Geuldal gebruikt als naam van de Wilde Jager. Dit is echter ook de naam voor de knecht van Sint Nicolaas in Duitsland! Urs Graf – Das Wilde Heer 1520 Natuurlijk is de Wilde Jacht ook in Nederland beïnvloed door het christendom. In Twenthe is er bv. de Wilde Jacht van Tüpis die met Midwinter vanaf de top van de Haeckenberg naar beneden kwam razen. Deze Tüpis kon kiezen om te gaan jagen met een zachtmoedige ruiter op een wit paard en een wilde ruiter op een zwart paard, dat vuur spoot. Hij koos voor de laatste en dat was de duivel. Nu moet hij eeuwig met de duivel jagen. (22) In de Kempen denken ze dat het bij de Wilde Jacht om een dichte drom heksen gaat die op bezemstokken door de lucht rijden. Dit lijkt mij een verwarring van twee verschillende fenomenen. (23) Als men een tijd noemt waarin de Jacht wordt gezien dan gaat dat bijna altijd om de kerst- of midwinterdagen en in het bijzonder de Kerstnacht. Een enkele keer wordt ook wel de weken voor Pasen of Pinksteren genoemd. Uit Twenthe komt nog het opmerkelijke verhaal van de Telmsjacht die de schuurdeuren van een boerderij open zien staan en deze binnen druisen om daar de nacht in het hooi te verblijven. De bange boer zet de ochtend daarna de deuren van de schuur wagenwijd open zodat ze weer weg kunnen.. (24) De Wilde Jacht maakt niet alleen veel lawaai, maar het veroorzaakt ook een bende. Als het heeft gestormd dan kan je zien waar de Wilde Jacht is gepasseerd aan de hand van waar de meeste bomen gevallen zijn en de meeste takken zijn gebroken. (25) In Laren (Gld) gaat Derk met de Beer (of met de honden) om in de kerstnacht. Hij neemt dan alles mee wat niet op zijn plaats staat. Zoals ploegen, eggen, kruiwagens, en bonenstaken. In Zutphen zei men dat de beer er op trappelde en het vernielde. (26) Dit gebruik van het verplaatsen – en soms vernielen – van dingen op het erf werd tot voor kort op het Friese platteland door de dorpsjeugd nog uitgevoerd op Oudejaarsdag. Alleen de Wilde Jacht werd daarin niet genoemd. In Limburg (Beek, Munstergeleen) zette de ouderwetse boer tijdens één van de kerstnachten een bos haver buiten als offer voor de Wilde Jacht. Hiermee hoopte hij vooral de paarden te behoeden tegen ziekte. (27) In de verchristelijkte versie gebeurt natuurlijk het tegenovergestelde: Een dronken boer daagde de wilde jager uit, hij wou weten waar de ‘drommel’ (duivel) op jaagde. Hij riep uit: heer jager geef mij iets van uw vangst! De volgende dag lag er een stuk os in zijn waterput, maar het was er wel één die gestorven was aan de veepest.. (28) Deze Nederlandse sagen rondom de Wilde Jacht zijn zo fragmentarisch dat ze op het eerste gezicht weinig zinvols te zeggen lijken te hebben. Toch passen ze wel goed in het algehele beeld van een zegen brengende, zielen oogstende groep geesten die in de loop van de eeuwen verchristelijkt werd tot een groep verdoemde zielen of duivels die eeuwig rond moeten dolen. Abe van der Veen Noten: 1) Lecouteux, C. – Phantom armies of the night 2011 p. 99 Janssen, L. – Nicolaas, de duivel en de doden 2) Schmitt, J.C., Bijgeloof in de Middeleeuwen 1995 p. 140 3) Lecouteux,  C. – Encyclopedia of Norse and Germanic folklore, mythology and magic 2016 p. 316 4) Farwerck, F.E. – Noordeuropese mysteriën 1978 p. 106 Dit moet komen uit een tijd waarin het woord hel nog stond voor een ‘relatief’ neutrale onderwereld in plaats van een plaats voor de ‘slechte’ zielen. Deze weg kan een parallel hebben in de sterrenhemel. Hier ligt de Melkweg die werd gezien als de weg die de zielen afleggen naar de ‘Andere wereld’. Een aantal leiders van de wilde jacht geven hun naam ook aan de Melkweg: De Waldemarsweg, en de Iringsweg, de Irminstraat en Caer Gwydion en in Nederland de Bruneldenstraat. (Farwerck 122) 5) http://www.etymologiebank.nl/trefwoord/hennekleed Lecouteux – Encyclopedia 316 6) Farwerck 97 Lecouteux 96-97 7) Farwerck 103 8) Farwerck 108 Lecouteux 146, 156 9) Lecouteux 176 10) https://www.pitt.edu/~dash/huntsman.html#wod 11) Farwerck 344-345 12) Mysterieën 125 13) Lecouteux 155 Farwerck 107 14) Er wordt wel op mensen (en dieren) gejaagd door de Wilde Jacht, maar dan gaat het om heksen, hoeren of een naakte vrouw of iets dergelijks. Niet iets te vergelijken met de zielen van het afgelopen jaar. Farwerck 124 en 125 15) Sinninghe – Noordbrabants sagenboek 47 16) Sinninghe – Gelders sagenboek 19 17) Sinninghe – Overijssels sagenboek 32 18) Sinninghe – Limburgs sagenboek 96 19) Overijssels 31 20) Limburgs 248 21) Cohen, J. – Nederlandsche Sagen en Legenden II. Zutphen, 1919. p.106-107 22) Overijssel 30 23) Limburg 94 24) Overijssel 30 25) Limburg 250 26) Gelderland 20 27) Limburg 248 Farwerck 127 In Osnabrück en in Mecklenburg worden broden aan de wilde jacht geofferd in ruil voor welvaart in het volgende jaar. Soms pakt de wilde jacht zelf iets van zijn gading: In Zwitserland eten zij een complete os op, maar zij verzamelen de beenderen en de os kan uit de beenderen uit de dood herrijzen. 28) Sinninghe – Oude Volksvertellingen 60  

 

Powered by 1st-movers.com

Vertelagenda

Evenementen aangemaakt