Abe van der Veen
Abe de Verteller
Verhalen vertellen uit de wereld der Kelten en Vikingen.
Lezingen geven over de symboliek van verhalen.
Verhalende bomenwandeling
Verhalende stadswandeling door Amersfoort.
Utrecht
Abe van der Veen

Over mij

Abe de Verteller 

Verhalen vertellen zit me in het bloed! Eerst tijdens de IVN-jongerenkampen, gezellig rond het kampvuur. Sinds 2004 ben ik professioneel verhalenverteller. Ik vertelde de afgelopen jaren op ontelbare plaatsen: De Elf Fantasy Fair, het Eigentijds festival, het Schots festival, Castlefest, het Archeon, de Dag van het Park en op vele particuliere feesten en bijeenkomsten!

Ik vertel mythen en sprookjes uit de Keltische en Noordse traditie, ridderverhalen, Griekse mythen, Grimmige sprookjes, Nederlandse sagen en nog veel meer. In totaal heb ik meer dan 250 verhalen in mijn repertoire. Al deze verhalen riepen mij en wilden verteld worden, misschien ook bij u?!

Naast de wereld van de verhalen spelen natuur en symboliek een grote rol in mijn leven. Dit uit zich o.a. in het geven van lezingen over symboliek en het doen van bomenwandelingen.

Nu vertel ik verhalen waar en wanneer ik dat maar kan, want vertellen is m´n passie. Ik vertel met expressie en emotie, met mijn hart en mijn handen en met vuur en vlam!

Contact

Abe van der Veen
Man
De heer
A.J.
Abe
van der
Veen
...
06-18035303
Amersfoort

Blog

Abe de Verteller

De verhalenverteller

De symboliek van het sprookje ‘De wilde zwanen’

zaterdag 06 juli 2019 09:56

Het sprookje over de broers die in zwanen worden veranderd en door hun jonge zuster worden verlost bestaat in vele versies. De twee beroemdste zijn ‘De wilde zwanen’ van Hans Christian Andersen uit 1838 en ‘De zes zwanen’ van de gebroeders Grimm uit 1812. Het verhaal komt in grove lijnen al voor in het Latijnse boek ‘Dolopathos’ van Johannes de Alta Silva uit ca. 1190. Verder bestaan er – door heel Europa – nog vele andere versies van dit verhaal. In niet alle versies gaat het om zwanen, er zijn ook versies bekend met raven en met eenden. Ik volg in mijn uitleg voor het grootste deel de versies van Grimm en Andersen en daarnaast het Noorse sprookje ‘De twaalf wilde eenden’. (1) Wie eerst het sprookje wil lezen klikt hier. Heilige getallen De koningin van het land brengt twaalf of zes zonen ter wereld. Andersen noemt er elf, maar ik denk dat hij zich hierin vergist. (2) De twaalf zouden kunnen staan voor de maanden van het jaar. Als het om zes zonen gaat kan je denken aan zes van de zeven dagen van de week of zes van de zeven chakra’s, maar vooral aan de zeven sferen in de geestelijke wereld. Het is wel duidelijk dat het getal nog niet compleet is, het vrouwelijke element ontbreekt nog! De koningin wenst dus een dochter, maar verliest door die wens haar zonen. Het is echter geen gewone dochter die zij wenst. Net als in een aantal andere sprookjes wenst zij een dochter die zo rood is als bloed en zo wit als sneeuw. Kortom, zij wenst een meisje die het rood van de moedergodin en het wit van de maagdelijke godin in zich heeft en zo als ‘priesteres’ een connectie kan maken met die goddelijke dimensie. Zij is ook het dertiende kind en de dertiende maand is de laatste maand. Deze brengt de dood met zich mee. In de patriarchale tijd wordt het hebben van zonen gezien als een groot geluk, maar er kan ook teveel van het goede zijn. De koningin lijkt echter te menen dat dit een wereld is van of/of in plaats van en/en. Dus doet zij de kwade wens om een dochter te krijgen in ruil voor haar zoons. In de dualiteit is geen ruimte voor een balans tussen man en vrouw. De een is onderdanig aan de ander of wordt zelfs weggedrukt. Als het sprookje een blauwdruk is van de ziel dan verliest deze nu haar mannelijke, activerende kant. Dolende zielen In de versie van Grimm worden de broers door hun stiefmoeder veranderd in zwanen door ze een wit hemd om te gooien. Je zou kunnen zeggen dat ze gedwongen uit hun fysieke lichaam worden gezet en in een andere vorm worden gedrukt. De broers zijn uit hun mensenlichaam gedreven en op deze wijze doodgemaakt of in ieder geval schijndood. Al duizenden jaren staan zwanen (en raven en eenden ook in mindere mate) symbool voor de ziel of ze zijn zielengeleiders. Ze helpen dan de ziel om zijn weg te vinden naar de geesten- of dodenwereld. Als dit gaat om de ziel van een levende persoon, dan is dit een sjamaan. In het sprookje werden de broers gedwongen hun lichaam te verlaten. Zij kunnen helaas niet – zoals een sjamaan dat kan – op eigen kracht terug naar hun fysieke lichaam. (3) Het meisje – die de vrouwelijke kant van het  bewustzijn vertegenwoordigd – merkt dat er iets niet klopt, ze voelt zich onvolledig. Als zij hoort van het bestaan van haar broers gaat zij op zoek en op avontuur. Zij gaat haar binnenwereld in en telkens verder uit de fysieke wereld tot ze op de ‘fatale’ grens gekomen is. Daar bij de zee, de grens met de ultieme geestenwereld waar normaliter nooit iemand weer uit terug komt vindt zij haar broers en daarmee haar mannelijke deel. Deze broers vertellen dat ze elke nacht weer mens mogen zijn, maar bij zonsopkomst moeten veranderen in zwanen. Zij zijn alleen maar te zien voor het nachtbewustzijn. Je kan ze beschouwen als dolende zielen, te vroeg verstoten uit hun lichaam dwalen ze nog rond in de schemerwereld. Ze horen niet meer in de fysieke wereld, maar zijn ook nog niet klaar voor de lange reis naar de geestenwereld. De magische midzomer In de Andersen versie zijn ze al verder en kunnen ze met de magische Midzomerdag oversteken naar de geestenwereld. Zij kiezen niet voor niets voor deze speciale dag. Praktisch bekeken hebben zij dan de langste tijd licht om zo de lange oversteek te kunnen maken. Maar midzomer is ook een scharnierpunt tussen de twee werelden. Een magisch moment van overgang waarin de seizoenen wisselen en er even een dag (en nacht) is die nergens bij hoort. Zo is deze dag bij uitstek geschikt om te reizen in de geest. (4) Net als een heks kan het meisje uit haar lichaam treden om in trance – samen met haar broers – naar de geestenwereld te reizen. Dit doet zij door middel van de zwanen die haar, als zielengeleiders, dragen in een net van wilgentwijgen en zo begeleiden naar de andere kant. De wilg wordt in de folklore gezien als een heksenboom, zij is o.a. een onmisbaar onderdeel van de heksenbezem. Daar verbindt zij de mannelijke steel van es met de vrouwelijke twijgen van berk. Zo verbindt zij het mannelijke met het vrouwelijke en ook hier vervuld zij deze functie. (5) Zo laat zij zich als een heks door haar ‘geesten’ door de lucht naar de andere wereld dragen. Vilten zwaan in Siberisch graf gevonden 3e eeuw vC Fata Morgana Aan de overkant van de zee, kan ze in een droom naar het luchtpaleis van Fata Morgana om daar te vragen hoe ze haar broers kan helpen. Het is de vraag of dit een verzinsel van Andersen is of dat hij dit uit een oudere bron heeft. Grotendeels past het goed. Morgana of Morgaine is te zien als een van de drie noodlotsgodinnen (fatum = noodlot). Zij spint de draad van het noodlot voor de helden. (Later zal ook het meisje de levensdraden van het lot spinnen.) Haar land kan alleen in de geest, dus bv. in een droom, bereikt worden. Voor velen is die droomwereld een illusie, een bedrog. Toch is hier juist een anderwereldse waarheid te vinden. Haar land Avalon is het land van de geest en al haar aanwijzingen moeten daarom ook op een geestelijke manier opgevat worden! Wel is het dromen in de geestenwereld dubbelop. Die wereld is al een soort van ‘droomtijd’. Het Grote werk In de Noorse en de Grimm versie zijn ze nog niet aan de andere kant en leven in een huisje in het woud, de schemerzone, het tussengebied. Maar in alle versies komt zij nu achter het geheim van hun verlossing. Zij moet een zwaar werk verrichten: zij moet in zeven jaar hemden maken van brandnetel, distel of aster voor haar broers. Daarbij mag zij niet praten, niet lachen en niet huilen. Alleen dan kan zij hen redden en weer tot mensen maken. Zwijgend werken betekent in dit geval dat zij dit werk in een meditatieve stemming  moet doen. Door niet te lachen of te huilen blijft zij neutraal. Zo bereikt zij de ideale stemming voor magisch werk. Zij verkeert zo in een trance-toestand. Zij imiteert het werk van een schik- of noodlotsgodin die de levensdraad spint. Zij doet aan een vorm van sympathetische magie, waarbij zij als microkosmos de macrokosmos imiteert. Zij is zo te zien als een heidense priesteres of heks. Het is dus terecht dat zij – later in het sprookje – daarvoor wordt uitgemaakt. Maar zij is wel een goede heks! Wat is dan wel dat grote werk, waar zo’n enorme opoffering voor gedaan moet worden? Zij maakt voor elk van haar broers een lichaam. Het woord lichaam kan je ontleden in lic (lijk) en haam (hemd). Zij maakt dus voor hen een ‘lijkenhemd’. (6) Het hemd gemaakt van brandnetels staat symbool voor het menselijk lichaam als een hemd dat de ziel aantrekt om zo te kunnen incarneren. Mogelijk is het gemaakt van brandnetel omdat het fysieke lichaam ook pijnlijk en prikkelend kan zijn. Het kan ook te maken hebben met het feit dat brandnetels veel gebruikt werden tijdens midzomerrituelen. In de twaalf wilde eenden maakt ze de hemden van distels, dit komt qua symboliek redelijk op het zelfde neer. In het sprookje van Grimm worden de hemden echter gemaakt van de plant aster. Dit woord betekent ster. Hieruit kan je concluderen dat de hemden van sterrenstof worden gemaakt. Het verwijst daarmee niet naar het fysieke, maar naar het astrale lichaam. Het doet denken aan de zeven planeetplanten die verwerkt zijn in de heksenzalf en waarmee de ziel van de heks langs de zeven planeten en sferen kan reizen/vliegen naar de sterrenwereld. Elke broer staat dan voor een ander niveau dat je onder zijn begeleiding kan bereiken in de geesteswereld. Het offer van de dood Het meisje ontmoet een prins, haar eigen mannelijke deel, haar animus. Het is echter nog te vroeg voor een ‘lang en gelukkig’. Eerst moet zij bewijzen dat zij – om haar broers te redden – zelfs de dood onder ogen durft te zien. Zij wordt geconfronteerd met een jaloerse koningin. Zij is de archetypische schoonmoeder. Zij is de ‘mater materia’, de materiële kant van moeder aarde. Dit maakt haar tot een vrouw die puur op het materiële is gericht. De geestelijke gerichtheid van haar schoondochter herkent zij niet. Haar vreemde gedrag is voor haar verdacht. Zij ziet dit als een teken van occulte, zwarte magie en dat maakt haar tot een heks. Het meisje doet ook werkelijk heksenwerk, maar dan wel goede, witte magie! Het meisje plukt haar brandnetels op cultische krachtplekken. Ze plukt ze in de buurt van de grot, die te zien is als een ingang naar de onderwereld of op het kerkhof. Kerkgrond en daarmee ook de er omheen liggende grond van het kerkhof is gewijde grond. Vroeger werden heiligdommen altijd gebouwd op krachtplekken, waar de energie van moeder aarde het sterkste voelbaar was. Daar groeien de planten met de meeste kracht om het magische werk te kunnen volbrengen. De stiefmoeder ziet dit niet, zij associeert het kerkhof met dood, verderf en kwade magie. Kwade heksen gebruiken de beenderen van de gestorvenen voor ‘nigromancie’, het oproepen van geesten. Zij zijn ‘lamia’, een soort van vampiers die de doden misbruiken en vitale kracht van de levenden stelen. Zij knagen aan de beenderen in de versie van Andersen. Maar het meisje heeft een heel ander doel. Zij verzamelt – door middel van de brandnetels – de kracht van moeder aarde om haar grote, magische werk te verrichten. Uiteindelijk moet zij zelfs de dood onder ogen zien om haar broers te redden. Zij wordt – op instigatie van de koningin – bijna verbrand als heks, maar dan komen de zwanenbroers haar redden zodat zij op haar beurt hen kan redden door ze het brandnetelhemd om te gooien. Alleen zij die zich niet meer hecht aan het lichaam en het leven, kan juist andere zielen in het leven brengen. De uitverkoren twaalfde broer Als een geïncarneerde godin gaat zij in een trance om de twaalf helden weer in de wereld te brengen. Dit zijn geen fysieke geboortes, maar de geboorte van twaalf archetypen. Het zijn energetische constructen die de mens kan gebruiken op zijn levenspad. Om en om is er een nieuw archetype van de held aan de beurt om zijn avontuur mee te maken. In het sprookje heeft de zesde of twaalfde zoon geen compleet hemd. Hierdoor behoudt hij aan één kant van zijn lichaam een zwanenvleugel. Hij behoudt daarmee zijn connectie met de geestelijke wereld. Hij is als eerste aan de beurt om op avontuur te gaan,  in de geest te vliegen en om het contact met ‘Fata Morgana’ aan te houden. Hij zal de sjamaan van de gemeenschap worden. Zoals er tot in de negentiende eeuw de folklore bestond dat de zevende zoon in een gezin een weerwolf zou zijn. Dit klinkt vreemder dan het is, maar met ‘weerwolf’ wordt eigenlijk een ‘shapeshifter’ bedoeld. Een persoon die weet hoe hij van ‘hemd’ of vorm kan wisselen. De zevende zoon (of dochter) zou hier een natuurlijke, zelfs onbedwingbare aanleg voor hebben. Onze zevende of twaalfde zoon kan kiezen of hij in zijn mensenhemd wil zijn of in zijn zwanen/geesteshemd! Conclusie In deze tijd is het van groot belang dat wij weer leren dat ons lichaam slechts een hemd is en dat wij deze naar believen aan en uit kunnen trekken. Als we echt willen kunnen we in de geest zijn en vliegen. Net als de zwanen uit het liedje ‘witte zwanen, zwarte zwanen’ kunnen we naar het ‘engel-land’ reizen. Wie deze vaardigheid leert, die leert om zich te verbinden en weer los te laten. Om zich met een ‘lichaam’ te identificeren en die identificatie ook weer los te laten. Hij zal dit zeven of dertien keer doen, telkens vanuit een nieuw aspect. Hij gaat de zeven sferen verkennen (vanuit een ruimte-aspect) en heeft bij elke sfeer één van de zwanen als gids. Of hij gaat op reis onder de hoede van één van de twaalf  (vanuit het tijdsaspect) en maakt twaalf bewustzijnsontwikkelingen mee. Net zoals één van de twaalf ridders van de tafelronde van koning Arthur dat deden, die allen ook onder de hoede van Morgaine de fee zijn. Deze ridders zwijgen en lachen of huilen niet. Zij concentreren zich op hun magische werk tot de cirkel rond is en zij het stokje over kunnen dragen aan de dertiende, hun zuster die de laatste weg gaat en de dood tegemoet treedt om zo nog intenser te kunnen leven. (7) Abe van der Veen Grimm vertelde in zijn ‘Kinder und Hausmärchen’ in feite drie verschillende versies van dit verhaal. Naast de zes zwanen, heb je ook nog de zeven raven en de twaalf broers.. Voor Dolopathos zie: Van Aladdin tot Zwaan kleef aan – Dekker, T, J. van der Kooi en T. Meder p. 238 https://www.beleven.org/verhaal/de_wilde_zwanen www.surlalunefairytales.com/sixswans/stories/twelvewilducks.html Wellicht wou hij als vrome christen geen associatie teweeg brengen van de twaalf zwanen met de twaalf discipelen van Jezus.. Lemaire, T. – Op vleugels van de ziel p. 118-120 Zie ook mijn artikel: https://www.abedeverteller.nl/de-kruiden-van-de-midzomer/ Graves, R. – The white goddess 173 http://www.etymologiebank.nl/trefwoord/lichaam Natuurlijk zijn er vele andere manieren om dit sprookje te duiden. Voorbeelden hiervan zijn o.a. te vinden in: Uyldert, M. – Verborgen wijsheid van het sprookje (De twaalf broers) Croes van Delden, J.F. – Symboliek van sprookjes Starhawk – De twaalf wilde zwanen (Deze schrijfster gebruikt het sprookje als kapstok voor een compleet boek over wicca vanuit de ‘reclaiming’ traditie.)

De jonge jaren van Johan van Oldenbarnevelt

woensdag 12 juni 2019 13:49

Johan van Oldenbarnevelt hoort zonder twijfel tot de top drie van beroemdste Amersfoorters. Naast Mondriaan (en tegenwoordig ook Duncan Laurence) zal zijn naam als eerste genoemd worden wanneer je vraagt naar een bekende Amersfoorter. Onze minister-president Mark Rutte noemde hem zelfs de grootste staatsman die Nederland ooit heeft gekend! Hij stond aan de wieg van de Nederlandse onafhankelijkheid en is mede-oprichter van de VOC,  hij leidde de grote economische bloei van Holland in goede banen, waardoor de Republiek zo’n twee eeuwen lang het rijkste land was van Europa. Hij was meer dan dertig cruciale jaren de machtigste man van de jonge republiek. Als landsadvocaat was hij minister-president, minister van buitenlandse zaken en van financiën in één. Verder wordt hij voorvechter van de Nederlandse tolerantie en grondlegger van het poldermodel genoemd. Kortom hij is en was een belangrijk man voor Nederland. Dit hele jaar herdenken wij zijn vierhonderdste sterfjaar. Johan van Oldenbarnevelt – Cornelis Saftleven 1663 Niets weten is het meest veilige geloof Helaas weten we erg weinig van zijn jeugd in Amersfoort. Wie had ook kunnen bedenken dat hij later zo machtig en beroemd zou worden? Johan werd geboren op 14 september 1547 in een huis aan de Kortegracht, direct links van een steeg die nu – naar hem – de Oldenbarneveltsteeg heet. Hij is de zoon van Gerrit van Oudenbarnevelt en Deliana van Weede. Gerrit was een hereboer en veehandelaar. Hij had een eigen boerderij, een paar panden in de stad en verschillende stukken grond. Dit werd wel keuterboerenadel genoemd. Hij verdiende genoeg, maar hoorde daarmee niet tot de elite van zijn stad. Zijn moeder Deliana kwam uit een welgesteld geslacht die al eeuwen in het bestuur van Amersfoort zat. Ook was zij een verre nazaat van de Heren van Amersfoort, die na 1259 (stadsrechten van Amersfoort) de heren van Stoutenburg werden genoemd naar hun  kasteel even buiten de stad. Daarmee had Gerrit het goed getroffen. Mogelijk is Johan geboren op een boerderijtje even buiten de stad, want zijn vader bezat daar de hoeve de Birkt vlakbij Soest. In september was het oogstseizoen, een drukke tijd. De kans is groot dat zijn vader daar bezig was met het binnenhalen van de oogst. Hier in de Birkt hing boven de deur het motto van de familie: ‘Nil scire tutissima fides’ (‘niets weten is het meest veilige geloof’). Dit verlichte standpunt zal een grote invloed hebben gehad op Johan en hem later mogelijk tot een verdediger van de tolerantie in religieuze zaken hebben gemaakt. Satire op de berechting van Johan van Oldenbarnevelt – Saftleven 1663 Een stichtelijk poëet Op zijn achtste verhuisde het gezin naar de Bollenburg in de Muurhuizen.  Johan zat van zijn zevende tot zijn zestiende op de Latijnse school. Deze lag op de Appelmarkt, ongeveer waar nu de ‘waag’ staat. (Dit wordt later het gymnasium, het Johan van Oldenbarneveltcollege.) Deze was destijds van een zeldzaam hoog niveau. Op school leerde hij niet alleen Latijn lezen en schrijven, maar ook hoe je in het openbaar moest spreken en debatteren. De rector Nicolaas Edanus vond hem een goede leerling en noemde hem een ‘stichtelijk poëet’, zeg maar een vrome dichter (van dat dichterschap valt later helaas niks meer te merken). Verder was hij nog koorknaap in de sint-Joriskerk. Hij zal de priester hebben geassisteerd bij de mis en liederen gezongen hebben in het koor. In deze periode brak er twee keer de pest uit in Amersfoort, was er één keer een overstroming en één keer hongersnood. Johan zal daar zeker wat van mee hebben gemaakt. Vader Gerritje Slecht Zijn vader had als bijnaam Gerritje Slecht. Slecht betekende niet gemeen, maar  simpel of onnozel. Hij was bepaald geen lieverdje en een simpele ziel, die veel dronken was en ruzie schopte en in gevechten verzeild raakte. Meerdere malen werd hij daarvoor opgepakt en stond hij voor het gerecht voor mishandeling of dronkenschap. Hij spande zelf ook maar liefst 25 keer een proces aan, meestal ging het dan om ruzie over betalingen. De kans is groot dat Johan zijn vader vaak dronken heeft gezien en zo nu en dan klappen van hem zal hebben gekregen. Toen gold nog het spreekwoord: ‘wie zijn kind liefheeft, spaart de roede niet.’ In 1568 – toen Johan 21 was – maakte hij het al te bont: Gerrit had iemand doodgeslagen en was de Soestduinen in gevlucht. Daar tussen hei en duin hield hij zich schuil en kon hij zich met moeite in leven houden. Hij werd uiteindelijk schuldig bevonden aan een ‘lelijke doodslag’ en verbannen uit Utrecht. Hij heeft een jaar lang zijn tijd uitgezeten in Holland. Door bemiddeling van zijn zoon kon hij uiteindelijk terugkomen. In Amersfoort was de familie toen niet meer welkom en in 1575 verkochten ze de Bollenburg en verhuisden naar Utrecht. In 1577 raakte Gerrit zelfs nog zwaar gewond omdat de familie van het slachtoffer wraak op hem nam. Dit was dan ook een tijd waarin geweld en bloedwraak nog heel normaal was. Deliana van Weede Een gezin van zeven kinderenMoeder Deliana van Weede was de stabiele factor in het gezin, zij bleef bij Gerrit door dik en dun en schonk hem naast Johan nog twee zonen en vier dochters. Dat waren dus zeven kinderen in totaal. Dat klinkt tegenwoordig als enorm veel, maar in die tijd was dat vrij normaal. Johan was de tweede zoon. Voor vier van de zes zal Johan zich mogelijk een beetje geschaamd hebben: Twee van zijn zussen belanden – volgens kwade tongen – in de prostitutie en een van hen had een onecht kind (dus buiten het huwelijk gekregen). Dat laatste was in deze tijd een grote schande. Zijn broer Reyer zat in het Staatse leger als hopman, maar bakte daar niet veel van. ‘Hij loopt lelijck ende kwijt hem niet’ staat er over hem geschreven. Hij was lui en onhandelbaar dus. Hij had zich zo misdragen dat hij bijna voor de krijgsraad kwam. Alleen de jongste broer Elias deed het goed en werd – na Johan zijn vertrek – de nieuwe pensionaris van Rotterdam. Johan noemt zijn familie uit Amersfoort mogelijk om deze redenen nauwelijks. Hij zal zich wat voor hun hebben geschaamd. Toen hij een belangrijk man werd ging hij – bijna – nooit bij ze op bezoek en hij kwam zelfs niet op de begrafenis van zijn moeder in 1587 en die van zijn vader in 1588. De waarzegster van PaduaJohan erfde een boerderij met grond van een oom van moederskant en dat gaf hem onafhankelijkheid en genoeg geld om te kunnen studeren. In 1564 op zestienjarige leeftijd verlaat hij Amersfoort en vertrekt naar Den Haag om te gaan werken bij een advocaat. Twee jaar later in 1566 ging hij naar de universiteit van Leuven om daar rechten te studeren. Hij liet zich inschrijven als van Oldenbarnevelt in plaats van Oudenbarnevelt en beweerde van adellijke afkomst te zijn. Hij deed zich zo wat voornamer voor dan hij werkelijk was. Hier kwam hij midden in de Beeldenstorm terecht. Het zal lastig studeren zijn geweest te midden van het rumoer van de volksmassa die de beelden in de kerk in stukken sloegen. In 1568 vertrekt hij naar Heidelberg. Hier werd in 1563 de Heidelbergse catechismus opgesteld en in dit calvinistische bolwerk gaat Johan over tot het protestantisme, maar hij wordt geen scherpslijper. Tijdens zijn studie wordt hij een echte man van de wereld, hij wordt een kosmopoliet die over de grenzen van zijn eigen land heen kan kijken. Hij studeerde door heel Europa: in Leuven, Bourges, Keulen, Heidelberg en als laatste in Padua. Over zijn periode in de Italiaanse universiteitsstad Padua gaat nog een –waarschijnlijk fictieve, maar daarom niet minder leuke – anekdote dat hij daar samen met twee vrienden een waarzegster ontmoette. Zij las voor alle drie hun horoscoop en deed vervolgens een gruwelijke voorspelling. Ze keek naar de ene jongeman: u zult een gewelddadige dood sterven. Toen keek ze naar de andere: u zult van schatrijk weer straatarm worden. Als laatste keek ze naar Johan: en u zult een groot staatsman worden, maar u zal het hoofd op het schavot verliezen! Dit zal gebeuren als de spiegel in de handen van het beeld van de godin van voorzichtigheid die op de gevel van uw huis staat zal breken.. Twintig jaar later komt een van deze vrienden Johan waarschuwen dat het precies zo gebeurd is als was voorspeld. Ook de spiegel brak nog vlak voor zijn arrestatie, maar Johan sloeg alle waarschuwingen in de wind.. Na vier jaar komt hij in 1570 terug naar Den Haag. Hij is dan afgestudeerd in de rechten. Vrij vlot daarna verhuist hij naar Delft en wordt daar advocaat. Johan vlak voor zijn terechtstelling – Opzoomer, J. (1840-1878) Door een slim huwelijk wordt Johan schatrijkDaar trouwde hij in 1575 op 27-jarige leeftijd met Maria van Utrecht. Dit huwelijk kwam nog op een bijzondere manier tot stand en maakte hem op slag tot de rijkste man van Delft. Maria was huishoudster van de rijke regent Jacob van Utrecht en zijn broer. Maar zij was ook een bastaardkind van zijn – al overleden – zuster. Op het eerste gezicht had zij dus weinig aanzien en een lage status. Jacob van Utrecht was een van de rijkste mannen van Delft met wel vijf heerlijkheden in zijn bezit en Jacob had een zwak voor zijn nichtje, maar in de regel erfden bastaardkinderen destijds niets. Zij hadden volgens de normen van toen gewoon pech. De slimme Johan zag echter een kans om deze situatie naar zijn hand te zetten. Hij wist het zo te regelen dat een oude schipper uit Vlaardingen onder ede zwoer dat hij de vader was van het meisje. Hij kreeg als dank daarvoor een maandelijkse vergoeding. Daarmee had zij plots toch recht op de erfenis. Ondertussen waren de beide ooms kinderloos dood gegaan. Via een ingewikkelde juridische constructie kreeg Johan het voor elkaar dat zij als enige erfgenaam van haar ooms werd aangewezen. Vervolgens trouwde hij met haar. Zo werd zij van eenvoudig huishoudster schatrijk en Johan samen met haar. Of dit alles uit liefde zo gebeurde blijft de vraag.. Maria bleef een bescheiden toegewijde huisvrouw, die zich niet op de voorgrond plaatste. Kwaadsprekers zeiden dat haar zogenaamde vader, de zeeman meineed had gepleegd en – nog erger – dat zij het kind zou zijn uit incest van haar moeder met haar broer, oftewel haar eigen oom. Het was zeker verdacht te noemen dat de schipper juist op dat cruciale moment verscheen en zijn verklaring deed. Maria van Utrecht – Moreelse 1616 Een beetje van adel Maria bleef altijd bij hem en zij kregen vijf kinderen samen. Geen van zijn kinderen maakte ook carrière. We weten weinig van hen, zijn ene dochter zou een echte feeks zijn. Zijn andere dochter Maria was weer een halve dwerg en behoorlijk lelijk. Toch wist hij deze dochters uit te huwelijken aan heren van lage adel. De een was dit nog maar één generatie en de ander was een bastaard. Toch was dit het summum van eer voor een eenvoudig man van Amersfoortse komaf. Johan kocht nog het landgoed Stoutenburg direct naast Amersfoort in 1594. Dit deed hij waarschijnlijk omdat er vanuit zijn moeder genealogische lijnen liepen naar het adellijke geslacht Stoutenburg. Hij maakte daar een erfleen van en gebruikte dit weer als argument om te beweren dat hij van echte adel afkomstig was. Zo kon hij zich voortaan heer van Stoutenburg noemen. Voor hem was rijkdom niet genoeg. Als hij ook nog het prestige van het adeldom had, dan was hij pas echt geslaagd! De rest van het verhaal van Johan van Oldenbarnevelt hoort thuis in de Vaderlandse geschiedenis, maar zijn jonge jaren zijn van Amersfoort. Hier erfde hij van zijn familie tolerantie en ambitie, het ethos om hard te werken en goed te studeren, maar ook – mogelijk van zijn vader – drift, wraakzucht, koppigheid en de neiging om grote risico’s te nemen. Een karakter dat hem tot grote hoogte bracht, maar hem uiteindelijk ook diep deed vallen. De schrijver en verhalenverteller Abe van der Veen zal op 10 juni en op 21 augustus een wandeling over het leven van Johan van Oldenbarnevelt verzorgen speciaal voor kinderen. Zie museumflehite.nl Abe van der Veen Kaajan, H.J. – Een vertekend beeld van Gerrit van Oldenbarnevelt uit: Flehite Jaarboek 2001Knapen, Ben – De man en zijn staat 2018Tex, Jan den – Johan van Oldenbarnevelt 1980Voor de profetie: https://salonvanweleer.nl/mysterie/boek3/navorscher.pdf

De fascinatie voor de fallus: Fallische goden en amuletten in de Romeinse tijd

vrijdag 22 februari 2019 10:36

In onze gepornoficeerde samenleving is het waarschijnlijk moeilijk om zich nog voor te stellen dat een penis in erectie ook een niet-erotische betekenis kan hebben. Dat hij beschermend, betoverend en zelfs goddelijk kan zijn. Toch is dat – naast zijn connotatie met vruchtbaarheid en erotiek – precies hoe die in het oude Rome werd gezien. De fallus werd er ontelbare malen afgebeeld en hij werd als een god vereerd. Nu komt dit in meerdere culturen voor, maar toch steekt de Romeinse cultuur er met kop en schouders boven uit. Alleen al in Pompeii werden zestien fallische plaques op huizen gevonden en nog veel meer fallische amuletten, tintinnabulums en andere voorwerpen. (1) In mijn onderzoek kwam ik er achter dat er een opvallende connectie bestaat tussen de fallus en het ‘boze oog’. In de apotropaeïsche (magisch afwerende) kracht van de fallus licht waarschijnlijk de crux van zijn sterke aanwezigheid bij de Romeinen. Fallische goden: Fascinus, Liber en Mutunus Tutunus Een van de namen voor het mannelijke orgaan in erectie bij de Romeinen was fascinum of fascinus. Fascinus is volgens Plinius ook een Romeinse godheid die door de Vestaalse maagden werd aanbeden. Zijn beeld was in de vorm van een fallus en werd bewaard in hun tempel op het Forum Romanum. Hij resideerde op een symbolische wijze in het haardvuur van Vesta. Deze Fascinum populi Romani (fallus van het Romeinse volk) werd door de priesteres onder het rijtuig van een generaal geplaatst tijdens zijn triomftocht door de straten van Rome om hem te beschermen tegen jaloerse blikken die het ‘boze oog’ op hem konden werpen. (2) Mogelijkerwijs is Mutinus Titunus (of Mutunus Tutunus) dezelfde godheid. Hij werd in Rome aanbeden tot de eerste eeuw voor Christus. Beide delen van het woord betekenen penis en hij werd waarschijnlijk aanbeden in de vorm van een fallus. Titunus verwijst echter ook naar een soort vogel. Volgens Arnobius werden jonge maagden vlak voor hun huwelijk naar zijn tempel gebracht om daar ‘Mutunus’ te berijden. Zij moesten gaan zitten op dit ithyphallische beeld ter voorbereiding van het liefdesspel in de huwelijksnacht. (3) (Augustinus noemt deze god Priapus.) Ook werden er tijdens de Romeinse huwelijksceremonie obscene liedjes gezongen die bedoeld waren om het boze oog te weren. Dit heette ‘fescennini’ en komt waarschijnlijk van fascinum. Tintinnabulum Mercurius 1e E nC Pompeï Een derde Romeinse fallische godheid is Liber (of Liber Pater). Hij verpersoonlijkte de mannelijke vruchtbaarheid en vooral die van al het zaad. Zijn naam zou ‘bevrijding van het zaad’ betekenen. In zijn tempels werd hij oorspronkelijk verbeeld in de vorm van een fallus. Volgens de kerkvader Augustinus werd tijdens de Liberalia (17 maart) deze fallus op een kleine kar geplaatst en in processie naar de heiligdommen bij de kruispunten gebracht. Vervolgens werd er door een matrone op het marktplein een krans of kroon op het beeld geplaatst. Dit ritueel zou zorgen voor vruchtbaarheid, de groei van het zaad en bescherming bieden tegen ‘fascinatus’ oftewel kwade betovering van mens en veld. Dit feest was ook het moment waarin jongens hun ‘bulla’ met beschermende amuletten aflegden als teken van volwassenheid. (4)   Priapus: God en vogelverschrikker tegelijk Priapus-Mercurius 1e E nC Pompeï De belangrijkste en bekendste god van de fallus bij de Romeinen is natuurlijk Priapus. Hij wordt meestal afgebeeld als een kleine bebaarde man met een gigantische erecte fallus. In de mythen wordt hij nauwelijks genoemd: Hij wou de nimf Lotis aanranden, maar zij werd net op tijd in een lotus veranderd. Ook wou hij Hestia aanranden, maar zij werd wakker door het balken van een ezel. Om de ezel te straffen knuppelde hij het arme beest dood met zijn gargantueske fallus. Ezels werden vervolgens te zijner ere geofferd. (Volgens Pseudo-Hyginus zou dit juist zijn omdat de God een wedstrijdje met de ezel had gewonnen wie de grootste zou hebben..) Priapus was een beschermgod van tuinen, begraafplaatsen en reizigers. Zijn fallus zou het ‘boze oog’ afwenden en geluk brengen. Verder bracht de god natuurlijk vruchtbaarheid en potentie. Horatius zegt in zijn satires het volgende over hem: Eens was ik een stobbe vijgenhout. Een timmerman die een stoel of een god wilde maken, maakte mij tot Priapus. Ik ben een heilige schrikgod voor vogels en dieven, mijn sterke rechterhand en de flinke stomp tussen mijn dijen verschrikt de dieven. (5) Priapus 1e E nC Pompeï De Priapus op een muurschildering bij de entree van het huis van de Vetti in Pompeii is te zien als geluksbrenger net als een hoefijzer of een klavertje vier. We zien hoe hij zijn fallus met een weegschaal afweegt tegen een zak gevuld met munten. Daaronder zien we vruchten in schalen. Je kan zeggen hoe zwaarder zijn erecte fallus hoe groter de oogst of rijkdom van het huis. Zijn beeld stond in tuinen, bij deurportalen en op viersprongen. Zijn lid werd felrood geverfd en de voorbijganger streelde zijn penis even bij het voorbijgaan voor geluk. Aan zijn beelden werden vaak spreuken opgehangen. Hierin werd gedreigd dat Priapus degene zou verkrachten die de grens van het erf overschreed. In de gedichtenverzameling de Priapeia vindt je er een aantal. Ik geef dit voorbeeld: Ik waarschuw je jongen, je zal genaaid worden; meisje, je zal geneukt worden; een derde straf wacht de bebaarde dief. Als een vrouw van me steelt of een man of een jongen, laat de eerste me haar kut geven, de tweede zijn hoofd en de derde zijn billen. Mijn pik zal dwars door het midden van de jongens en de meisjes gaan, maar met bebaarde mannen richt ik op de bovenkant. Het heeft ervan dat de afwerende werking van de overdreven grote penis van Priapus zowel in het schrikwekkende als het lachwekkende kan liggen. (6) De fascinum: amulet tegen het boze oog Fascinus 1e E nC Pompeï Je kan Fascinus of de goddelijke fallus zien als het prototype van de vele amuletten in de vorm van een fallus die er in Rome gedragen werden tegen kwade betovering en dan vooral die van ‘het boze oog’. Al deze amuletten werden ook ‘fascinus’  of ‘fascinum’ genoemd. Zij brachten geluk en gaven de goddelijke bescherming van Fascinus. Vooral jongens zouden deze bescherming extra hard nodig hebben. Zij droegen deze fascinum los of in een zakje – dit heet een ‘bulla’ – om hun hals. Deze amuletten konden echter ook bij de haard, de smidse en in de tuin worden geplaatst voor hetzelfde doel. (7) Tintinnabulum 1e E n C Barcelona Fallische haan met Grieks onderschrift ‘redder van de wereld’                         Er zijn vele varianten op de standaard fascinum amuletten. Deze variëren van grappig, tot shockerend en bizar. Er zijn bijvoorbeeld vele exemplaren gevonden in de vorm van een gevleugelde fallus. In een aantal gevallen is er sprake van een drievoudige fallus: Het mannetje of dier heeft een fallushoofd, fallusstaart èn een fallus op de gebruikelijke plek. Op deze wijze geeft het amulet een drievoudige bescherming. Ook komen er amuletten voor waarin de fallus bereden wordt door een vrouw. In één versie bekroont zij de fallus met een krans, net zoals bij de Liberalia. Het is mogelijk dat de gevleugelde fallus en de fallus bereden door een vrouw beiden staan voor de coïtus. Zij verbeelden dan het verheven, bijna vliegende gevoel van de coïtus. Ook het omkransen kan staan voor de coïtus. De fallus werd door de Romeinen ook wel vogel of mus genoemd. Ook nu wordt soms ‘vogelen’ gezegd als we seks bedoelen. (8) Een aantal beeldjes tonen een mens-figuur met de kop van een haan en een fallus in erectie. De meest bijzondere is een buste van een haan met een fallische neus en de inscriptie ‘De redder van de wereld’. De haan – denk ook aan de Engelse benaming ‘cock’ – heeft altijd een fallische connotatie gehad, maar waarom hij de redder of Messias van de wereld zou zijn is niet duidelijk. Het wind-klokkenspel of tintinnabulum Een ander opmerkelijk fallisch object was het wind-klokkenspel. Dit heet een ‘tintinabulum’ waarbij tintin ook verwijst naar testikels. (ook het Nederlandse ‘klokkenspel’ verwijst naar het scrotum). Het geluid van de klokjes zou de boze geesten weg houden. Ze werden veel opgehangen in tuinen en portieken. Het is hierbij duidelijk dat het windklokkenspel zowel praktisch hielp bij het verjagen van inbrekers door middel van het lawaai als apotropaeïsch door zijn fallische vorm. Verder zijn er ook vele olielampen gevonden in de vorm van een fallus. Ook hier zal het gevaar van het duister en de nacht reden zijn geweest voor de fallische vorm die aldus bescherming kon bieden. (9) Handgebaren tegen het boze oog De vuist maakt het ‘vijg’ teken Bij de armere Romeinen die zich geen amuletten konden veroorloven beschermde men zich tegen het boze oog door het maken van handgebaren. De populairste waren de ‘mano cornuta’ en het ‘teken van de vijg’. De eerste is het vooruitsteken van de pink en de wijsvinger waardoor er de vorm van een hoorn ontstaat. Bij de tweede maak je een vuist en steek je de duim tussen de wijs- en middelvinger. Dit wordt gezien als de penis tussen de schaamlippen van de vrouw en is daarmee een teken van coïtus. Er werden ook beeldjes gedragen van handen die dit gebaar maken en vaak werden deze gecombineerd met een fallus. Vooral soldaten droegen vaak zo’n hanger met aan de ene  kant de fallus en aan de andere kant het teken van de vijg. In al deze gevallen gaat het om een ‘apotropaeïsch’ gebaar of teken. (10) Reliëf Leptis Magna (Libië) De effectiviteit van de fascinum tegen het boze oog wordt nog plastischer afgebeeld in een aantal Romeinse reliëfs uit Leptis Magna (Libië) en uit Pescinum. Hier zien we o.a. een ejaculerende fallus die zijn zaad precies in een oog sproeit. De schorpioen boven het oog maakt duidelijk dat het om een kwaadaardig oog gaat. Ook zeer opmerkelijk is een terracotta figuurtje waarop te zien is hoe twee fallus-mannetjes een oog doormidden zagen. Terracotta beeldje 1e eeuw vC Het is hierbij de vraag waarom de fallus zo’n afwerend effect had. Kwam dit door zijn viriele, vruchtbaar makende kracht of was het eerder vanwege het shockerende, schaamtevolle, absurde en lachwekkende element? Om hier achter te komen moeten we nog wat dieper kijken naar het geloof in het boze oog. (11) Fascinatie en het boze oog Reliëf uit Leptis Magna (Libië) met fallische centaur Reliëf Pescinum Van ‘fascinum’ stammen ook onze woorden fascinatie en fascineren af. In het Latijn betekent ‘fascinare’ betoveren, beheksen, de kracht van de ‘fascinus’ gebruiken of het boze oog maken. In deze tijd werd er geloofd in de theorie dat we dingen kunnen zien omdat het oog ‘stralen’ uitzendt. De Griekse filosoof Empedocles (5e E vC) beweerde dat Aphrodite ons oog van de vier elementen had gemaakt en er een licht in had ontstoken. Dit licht scheen uit het oog en maakte zicht mogelijk. Voor de Romein was het fascineren gebruik maken van de uitstraling – de emanaties – van de ogen door middel van het kijken met een bepaalde intentie. Dit kon werken als een vorm van verleiding, maar wanneer er gekeken werd met woede of jaloezie dan was dit hetzelfde als ‘het boze oog’. Het woord ‘invidia’ of jaloezie betekent letterlijk ‘op zien’! (12) Beter gezegd: er werd een boze blik (blik betekent etymologisch ‘lichtstraal’) op iemand geworpen. Het kijken met een sterke emotie zoals verlangen, woede of jaloezie, had – als dit niet werd tegen gewerkt – een betoverend effect op de ontvanger van de blik. Fallische olielampen 1e E nC Pompeï De Romeinse botanicus Plinius vertelde het volgende over het boze oog: Iemand met het boze oog is een ‘effascinante’. Zij kan bomen verdorren, kinderen doden en de oogst doen mislukken. Dit doet zij met een boze en vaak schuinse blik. Als iemand twee pupillen in de ogen heeft is zij zeker een ‘effascinante’. Als je vermoedt dat je kind geraakt is door het boze oog, ga dan driemaal op hem spugen. De fascinus amulet helpt ook goed tegen het boze oog. Zijn bizarre en obscene uiterlijk helpt om het starende oog van de jaloerse persoon af te leiden. (Dit wordt ook door Plutarchus in de tweede eeuw nC beweerd) De fascinum beschermt naast kinderen ook triomferende generaals tegen de kwade werkingen van ‘invidia’ oftewel jaloezie. (14) Voor ons is iets fascinerends iets interessants of aantrekkelijks. Gefascineerd zijn maakt dat je je ogen niet van het voorwerp van begeerte of nieuwsgierigheid af kan brengen. Het betovert je, het beroert je emotioneel en maakt zo een verborgen kracht kenbaar. Als het om een letterlijke betovering gaat dan kan het slachtoffer zich door een bepaalde blik niet meer bewegen of verzetten tegen de bedoelingen van de tovenaar(es). Er is ook verwantschap met het Latijnse ‘fari’ oftewel spreken. Dit doet denken aan woorden zoals ‘enchanted’ en charme, die slaan op een betovering door middel van een ‘gezongen’ spreuk. Hier is het niet het oog, maar de tong die zorgt voor de fascinatie. Ook al is  ‘fascinatio’ door middel van het oog het meest voorkomend, toch is het ook mogelijk door op iemand te ademen, iemand aan te raken (de kwade hand) of door middel van spraak (door middel van een vervloeking). (13) Conclusie De fascinus of fascinum was het beste middel tegen fascinatie, oftewel het boze oog. De fascinum geeft de ‘effascinante’ namelijk een koekje van eigen deeg. Hij werpt het boze oog terug naar zijn bron. Soms staat er een spreuk naast de afbeelding van een phallus: ‘Et tibi sit’, terug naar jou! De amulet ketst de schadelijke stralen van het boze oog terug. Misschien is dit zo omdat de dader terug schrikt van de obsceniteit van het amulet of gebaar en haar ogen moet neerslaan. Misschien juist omdat zij zich ongemakkelijk voelt of moet lachen. Zoals we hebben gezien bij het reliëf uit Leptis Magna kan de fallus het uitwerpen van schadelijke stralen naar haar slachtoffer tegenwerken door zelf met een seminale emissie te komen! Op een dieper niveau gaat het bij het boze oog (en de kwade hand en de vervloeking) om een heimelijke energetische aanval. Deze wordt door het amulet of het gebaar afgeketst of zelfs beantwoord met een magische tegenaanval. Het geloof in de werking van het ‘boze oog’ is ook nu nog in vele streken van de wereld virulent en vanuit die diepere betekenis van een ‘energetische’ aanval ook plausibel. De fallus is te zien als een symbool voor innerlijk vuur, daadkracht en levenslust en in die zin behoudt dit symbool zijn kracht tot op de dag van vandaag. (Voor meer Romeinse fallische amuletten e.d. zie mijn verzameling plaatjes onder de noten) Noten: https://repository.upenn.edu/cgi/viewcontent.cgi?article=1010&context=uhf_2006 Moser, Claudia – Naked power 52 De eerste afbeeldingen van een fallus zijn zeker 36000 jaar oud. https://www.nytimes.com/2009/05/14/science/14venus.html In ‘slang’ taalgebruik wordt de fallus wel de ‘one-eyed snake’ of de ‘one-eyed god’ genoemd. Voor veel mensen gaat er een fascinerende – niet per se erotische – werking uit van de penis in erectie. Deze wordt omschreven alsof er een slang met één oog je probeert te hypnotiseren. Ook wordt er vaak een eigen leven aan de fallus toegekend. In het oude Griekenland dacht men dat de fallus een eigen wil had, los van het hoofd. In feite denken wij dit nog steeds bij vele mannen. Veel mannen geven hun fallus een naam en spreken hem toe alsof hij een eigen persoonlijkheid en wilsbeschikking heeft.  Plinius – Naturalis Historia 28-4 https://en.wikipedia.org/wiki/Fascinus Dit zou je kunnen zien als een vorm van similia similibus curantur oftewel het gelijke geneest het gelijke, maar in dit geval het gelijke weert het gelijke af.. John H. Elliott – Beware the evil eye 2 205 https://en.wikipedia.org/wiki/Mutunus_Tutunus The fascinating Mutunus Titunus Augustinus – Stad van God 7-24 Kiefer, Otto – Sexual life in ancient Rome 126 Moser 20 Augustinus – Stad van god 7-24 https://en.wikipedia.org/wiki/Liberalia Kiefer, Otto 128 Moser 31 https://www.theoi.com/Georgikos/Priapos.html Hier nog twee kleine verhalen over Priapus: De mannen van Lampsacus waren jaloers op het succes van de god Priapus bij de vrouwen en verdreven hem. De vrouwen baden echter tot de god en alle mannen kregen vervolgens een geslachtsziekte. De enige  manier om de ziekte te stoppen was door te smeken aan Priapus om terug te keren. Zij maakten ter ere van hem Priapische beelden. Vanuit Lampsacus zou de populariteit van Priapus zich verbreid hebben. Feuerstein, Georg – Spiritualiteit en erotiek 83 De dichter Horatius beschrijft het tafereel van de heksen Canidia en Sagan die kruiden en beenderen stelen uit een begraafplaats om te gebruiken voor hun hekserij. Ze doen een ritueel om Hecate aan te roepen, maar worden afgeschrikt door een harde scheet van het houten beeld van Priapus. Ogden – Magic, witchcraft and ghosts 115 Moser 46 William, Craig – Roman homosexuality 27 Varro en Plinius noemen dit. Mogelijk stamt het woord fascinum af van het Griekse Baskanion dat amulet betekent. Moser 63 Elliott, John H. – Beware the evil eye 2 193 ev. https://en.wikipedia.org/wiki/Bulla_(amulet) Op één niveau komt de grote afwerende kracht van de phallus van zijn shockerende en bedreigende werking zo we kunnen lezen in de Priapeia. Op een dieper niveau lijkt het dat de fallus niet op zichzelf staat, maar als vogel, gevleugeld, bekranst of bereden door een vrouw eerder de penis tijdens coïtus is. Een dergelijke staat doet – symbolisch – vliegen en dat was precies wat men geloofde van vrouwen die konden ‘fascineren’. De fascinante was een tovenares die kon ‘vliegen’ door middel van uittreding. Hier past de bescherming van de erecte fallus – vooral die van Priapus –  tijdens het reizen goed bij. Dit kan zowel gaan om fysiek reizen als astraal reizen en beide keren zocht men de bescherming van Hermes/ Mercurius of Priapus. Mercurius wordt een paar keer als fallische amulet afgebeeld en zijn caduceus is regelmatig naast Priapus te zien. Dat Hermes/ Mercurius ook een fallische godheid is valt te zien aan de vele fallische ‘herma’ die overal in Griekenland te vinden waren. Over de fallische haan: https://freethoughtnation.com/the-phallic-savior-of-the-world-hidden-in-the-vatican/ https://en.wikipedia.org/wiki/Tintinnabulum_(Ancient_Rome) Catherine Johns – Sex or symbol?: Erotic images of Greece and Rome https://archive.org/details/in.gov.ignca.70545/page/n11 http://www.wikiwand.com/en/Evil_eye https://web.archive.org/web/20080324082204/http://depthome.brooklyn.cuny.edu/classics/dunkle/comedy/komos.htm https://en.wikipedia.org/wiki/Fascinus https://en.wikipedia.org/wiki/Emission_theory_(vision) https://web.stanford.edu/class/history13/earlysciencelab/body/eyespages/eye.html https://www.etymonline.com/word/envy#etymonline_v_8762, http://www.etymologiebank.nl/trefwoord/blik1 Monick, Eugene – Phallos 29 http://www.etymologiebank.nl/trefwoord/fascineren https://www.etymonline.com/word/fascinate#etymonline_v_1143 http://penelope.uchicago.edu/Thayer/E/Roman/Texts/secondary/SMIGRA*/Fascinum.html William Smith: A Dictionary of Greek and Roman Antiquities, John Murray, London, 1875 Ogden, Daniel – Magic, witchcraft and ghosts in the Greek and Roman worlds 224 Plinius – Natura Historialis 28.4.7  Ook de vagina kan een apotropaeïsche werking hebben. In mijn artikel over de Ierse Sheela-na-Gig vertel ik hier uitgebreid over. https://www.abedeverteller.nl/sheela-na-gig-symboliek-en-folklore-rondom-vrouwelijk-exhibitionisme/ Tintinnabulum 1e E nC   Tintinnabulum 1e E nC   Gallo-Romeins beeldje 1e E nC ‘Hic habitat felicitas’ Hier woont het geluk: Pompeï                   Priapus ‘Huis van het boze oog’, Antiochië       Etruskisch beeldje Priapus draagt vruchten en weert met zijn fallus het boze oog Priapische olielamp Pompeii 1e – 3e eeuw AD Invloed van de Grieken en Etrusken Herma met hoofd van Hermes De fallische goden van Rome zijn sterk beïnvloedt door de Grieken en Etrusken. De god Hermes was een fallische god. Hij ontleende zijn naam aan de ‘herma’. Dit zijn standbeelden met het gezicht van – meestal – Hermes met daaronder een rechthoekige blok steen met op de juiste hoogte een fallus. Zij werden vooral op kruispunten, grenzen en markten geplaatst en waren oorspronkelijk slechts steenhopen. Juist liminale plekken werden als extra gevaarlijk gezien en daarom geschikt voor het plaatsen van een ‘herma’. Deze herma zouden een beschermende, afwerende werking hebben. Iets dergelijks komen we bij de Romeinen niet tegen, maar wel vinden we afbeeldingen van Priapus met een caduceus. Ook zien we een tintinnabulum van een figuur die op Hermes lijkt. Voor de God Dionysos werden optochten georganiseerd waarin fallussen werden gedragen. Deze waren bedoeld voor grotere vruchtbaarheid. Later zullen de Romeinen dit ook doen voor hun wijngod Liber. Verder zou de Romeinse god Priapus zijn oorsprong hebben in Klein-Azië, bij Lampsacus. Ook de Etrusken kenden de fallus al als een afwerend symbool tegen het boze oog. In de Etruskische stad Saturnia vinden we naast de afbeelding van een fallus de inscriptie:  ‘Jij, jaloerse figuur die zijn blik deze kant op werpt, voor jou staat deze straf te wachten’ De fallus staat hier ook meer op zichzelf, los van een godheid. Fallische aanbidding buiten Rome en in de middeleeuwen Natuurlijk zijn er ook buiten het Romeinse rijk sporen van fallische verering gevonden zoals: Een fallisch beeldje van de Noordse god Freyer, de scene van aanbidding van een paardenpenis in de Volsa Thattr tekst uit IJsland en de reus van Cerne Abbas in Dorset Engeland. Deze reus heeft een grote fallus en een knots in de hand, wellicht had hij een mantel in de ander hand zoals Hermes. Een Brits-Romeinse oorsprong wordt vermoed. Vrouwen die zwanger wilden worden gingen zitten in het gedeelte van de eikel van de reus. Ook Antwerpen zou een fallische cultus hebben gehad tot in de zestiende eeuw. Een priapische figuur op het Steen met de naam Ters (Semini of Jumenas) zou regelmatig aangeroepen worden alsof het een godheid was. De reus van Cerne Abbas Verder bleef de fallus als apotropaeïsch en vruchtbaarheid opwekkend middel nog tot ver in de middeleeuwen bestaan. In de kroniek van Lanercost uit de dertiende eeuw wordt het verhaal verteld van een lekenbroeder die een beeld van Priapus oprichtte in een poging om een ziekte onder het vee tegen te houden. En ook in de middeleeuwen vinden we nog afbeeldingen van – al dan niet gevleugelde – fallussen, maar dan als kleine loden of zinken, platte versieringen, zoals men toen ook een pelgrimsteken droeg. (Stone, Lee Alexander – The story of phallicism 88) Ook interessant: en.antiquitatem.com/fascinating-evil-eye-apotropaic-phallus Voor vele Latijnse citaten over dit onderwerp. www.thehairpin.com/2015/02/apotropaic-boners-or-how-to-avoid-the-evil-eye ‘It was also interpreted that it avoided the evil eye because the vision of the penis, which is considered obscene, forced to look away, so the evil eye turned out impossible to be made if the eye focuses elsewhere. Forcing someone to look away is to prevent him or her from ” ” us or looking bad at us.’ ‘Plutarch suggested that the indecency and “strange look” of the phallus catch the sight of the Evil Eye, averting danger, so that the Eye exerts less pressure upon its victim’ PHALES was the rustic spirit (daimon) or satyr demi-god of the processional phallus and the phallic song (phallikon) of the festivals of Dionysos. Aristiphanes, surely in jest, calls him the god of adultery and pederasty.

De wraak van Virgilius en het vuur tussen de benen van Phoebille

woensdag 06 februari 2019 16:03

In de literatuur van de Middeleeuwen veranderde de beroemde Romeinse dichter Vergilius in een rasechte tovenaar! (1) Hij maakt muren van lucht, hij commandeert demonen en raadpleegt toverboeken. Natuurlijk beleeft hij zo vele avonturen. Een van zijn beroemdste verhalen intrigeert mij al jaren omdat zij scabreus, shockerend, raadselachtig en diepzinnig tegelijkertijd is. Het gaat om het verhaal van Virgilius in de mand en zijn daaropvolgende vuurwraak. Hieronder vertel ik het verhaal en waag ik mij aan een gedurfde speculatieve reconstructie. Virgilius in de mand en de vuurwraak Voorkant van het volksboek uit 1525 Dit verhaal stamt uit Napels en is in ieder geval al uit een twaalfde-eeuwse tekst bekend. Het werd toen nog niet aan Virgilius gekoppeld. Hoe veel eeuwen het verhaal al in omloop was voor die tijd is natuurlijk onbekend. Ik vertel hier in het kort de Middelnederlandse versie uit 1525 aangevuld door de oudere bronnen: Virgilius de tovenaar wordt verliefd op een jonkvrouwe. Meestal is haar naam Phoebilla, Phebilhe of Febilla en in één versie heet ze Galathea. (2) Zij is van een voorname afkomst, rijk en machtig en getrouwd. In één versie is ze zelfs de dochter van de keizer Julius Caesar. Ze woonde in de grootste toren direct naast de markt van Rome (Forum Romanum). Virgilius wordt verliefd op haar en verzoekt haar om een geheim ‘rendez-vous’. Eerst heeft ze haar bedenken, maar uiteindelijk geeft ze toch toe, maar dan moet hij niet via de deur, maar via het raam naar binnen komen. Zij laat daartoe een mand met behulp van een touw neer. Virgilius stapt – verblind door zijn verliefdheid – daarin en laat zich omhoog hijsen. Hij verheugt zich sterk op het komende avontuurtje, echter halverwege laat zij Virgilius hangen in de mand. Hij hangt nu tussen hemel en aarde en kan geen kant op. Zij zegt dan dat dit zijn straf is omdat hij haar probeerde te verleiden om haar man te bedriegen. De volgende dag is het marktdag en heel Rome ziet hem daar hangen en lacht hem uit. Hij, de wijze tovenaar is bedrogen door de listen van een vrouw en schaamt zich diep. Daniel Hopfer 1536 Na een dag laat ze hem weer neer en Virgilius gaat naar zijn huis en zint op een passende wraakactie. Hij consulteert daarvoor zijn toverboeken. De volgende dag blijkt dat in heel Rome alle vuren zijn uitgedoofd en het lukt niemand om nog vuur te maken.  Zo lijdt het Romeinse volk honger omdat het niets kan koken of braden. Het is Virgilius die hier achter zit en met zijn toverkunsten de vuren van Rome heeft gedoofd. De keizer zelf smeekt hem om vuur te maken, maar hij zegt dat zij het vuur alleen kunnen vinden tussen de benen van de schone jonkvrouwe die hem bedrogen heeft. De keizer ziet dat hij geen keus heeft en hij laat haar halen. Virgilius gebiedt dat zij op een verhoging gezet moet worden slechts gekleed in haar hemd en met de billen bloot. En het wonder geschiedt dat door de toverkunst van Virgilius al die een kaars of een toorts tussen de benen van de jonkvrouwe steekt daar zijn vuur kan halen! Het vuur valt echter niet te delen, – als je dat probeert dan dooft het direct – het moet door ieder rechtstreeks bij haar vandaan gehaald worden. In ‘dat bedroch der vrouwen’ wordt gezegd dat elk ‘huys’ er zijn vuur moest halen. (3) Dit betekent waarschijnlijk dat elk hoofd van een familie, de ‘pater familias’, als vertegenwoordiger van zijn ‘domus’ het vuur moest komen halen. Drie dagen moest zij daar zo staan met de billen bloot tot eindelijk iedere huisvader bij haar het vuur voor zijn haard had gehaald. Zij had zich nog nooit zo erg geschaamd en de wraak van Virgilius was zoet. Daarna was hij klaar met zijn avontuurtjes en Virgilius ging trouwen. De naam Phoebilla Het eerste deel van dit verhaal is ontelbare malen gebruikt als voorbeeld van de listigheid en bedrieglijkheid van de vrouw. Het was een exempel voor de mannen om toch erg op te passen voor dit ‘zwakke’, maar o zo verleidelijke geslacht. Het verhaal is op deze wijze vooral moralistisch en bedoeld om te lachen. Het hangen in een mand was in de zestiende eeuw ook daadwerkelijk een straf voor wetsovertreders. Hij werd dan vooral gebruikt voor een man of vrouw die overspel had gepleegd om deze te kijk te zetten. Het is de vraag of deze straf ontstaan is door het verhaal of vice versa! (4) Toch is er meer aan de hand dan deze nogal seksistische moraal. Het gaat namelijk niet om zo maar een mooie vrouw. Zij wordt Phoebille genoemd en Phoebe is in de mythologie een titaan die werd geassocieerd met de maan, de naam betekent helder en schijnend. Ook Phoebilla’s uiterlijk wordt in een veertiende eeuwse versie wel vergeleken met dat van de maan. Ook het tonen van de billen (mooning) kan hierop duiden. Billen worden wel de ‘maan’ genoemd als eufemisme. (5) In een vroege versie is het niet Virgilius maar een magiër genaamd Heliodorus (gave van de zon) die het avontuur beleefd. (6) Je zou kunnen zeggen dat hier de zon tegenover de maan wordt geplaatst. Er zou ook een verwijzing in kunnen schuilen naar de Sybille, de beroemde Romeinse zieneres. Dit is al waarschijnlijker als je weet dat Virgilius vaak in verband werd gebracht met de Sybille omdat zij beiden de geboorte van Jezus Christus voorspeld zouden hebben. Dit maakt ze een voor de hand liggend stel. In een andere versie heet ze Galathea, dit betekent de melkwitte godin en is ook de naam van het van het standbeeld dat Venus voor Pygmalion tot leven had gewekt. Albrecht Altdorfer 1506-1538 Uit deze namen blijkt dat het hier niet om een gewone, mooie vrouw gaat. Zou ze wellicht een priesteres kunnen zijn? Het feit dat zij in een toren woont spreekt hiervoor. Dit zien we ook bij de priesteres Weleda. Zij woonde volgens de Romeinse schrijver Tacitus – zeer afgezonderd –  in een toren. (7) De toren van Phoebilla stond naast de markt van Rome oftewel het Forum Romanum. Dit was – naast een markt – ook het religieuze centrum van Rome. Hier stonden vele tempels waaronder de tempel van de godin van het haardvuur Vesta. Ook stond hier het huis van de Vestaalse maagden. Ook de grootste tempel van Rome gewijd aan Venus en Roma stond naast het Forum. Ook al hadden deze gebouwen geen torens, toch zou de locatie wel eens naar één van deze tempels kunnen verwijzen. Virgilius in de mand Het bezoek van Virgilius aan Phoebilla zou je kunnen zien als een bezoek aan een priesteres. Als zij priesteres was van Venus dan kan het goed zijn dat zij bekend was met ‘tantrische’ seksuele technieken en de instructie hierin. Zij impliceert dan met het laten hangen van Virgilius in de mand, dat hij nog niet rijp genoeg is om bij haar te komen. Hij is nog maar halverwege. Je zou zelfs kunnen beweren dat hij tijdens de sacrale seks van deze tempelpriesteres met zijn ‘kundalini-energie’ maar halverwege reikt. Zijn toren van energie zou voortijdig instorten, hij valt door de mand. Bij hem is het contact met de sacrale vrouw slechts gebaseerd op lust en infantiele verliefdheid en dat is niet genoeg om tot de hoogste extase te komen. Hij wordt daarom door haar en door het toegestroomde volk uitgelachen. Dat is dan de werkelijke schande van Virgilius. Triomf van Venus – Meester van Tarento ca. 1360 De triomf van Venus Om de wraak van Virgilius beter te begrijpen is het nuttig om één van de afbeeldingen van de vuurwraak te vergelijken met het schilderij ‘De triomf van Venus. Bij Venus lijken er stralen uit haar vagina te komen die het hart raken van vele beroemde minnaars. Ze zetten deze mannen voor haar in vuur en vlam. In een pentekening van Altdorfer uit 1511 staat Phoebille in dezelfde pose als Venus. Zij vertoont geen schaamte, maar eerder triomf en mannen halen met lange palen vuur bij haar vagina vandaan. Deze palen lijken sterk op de stralen van Venus. Zoals Venus de harten van mannen in vuur en vlam zet, zo geeft Phoebille vuur aan de haarden van de mannen! De – hiervoor besproken – naam Galathea past dan goed bij haar. Galathea is te zien als een representant van Venus. (8) Vergils Rache – Altdorfer 1511 Het vuur van Vesta Bartholomeus Dolendo 1589-1626 Als we echter kijken naar het gegeven van het doven van het haardvuur is het logischer om te zeggen dat zij een priesteres van Vesta was. In de tempel van Vesta, hielden de Vestaalse maagden/priesteressen een vuur ter ere van de godin van het haardvuur Vesta eeuwig brandende. Dit vuur werd – volgens Pythagoras – gezien als het centrum van de aarde. Vesta betekent fakkel of vlam en zij werd vereerd in het haardvuur van elk huis. Het uit laten gaan van dit eeuwige vuur was een grote ramp en zonde. De maagd die dit veroorzaakte werd streng gestraft met een flinke geseling. Er moest dan ‘noodvuur’ gemaakt worden door middel van het tegen elkaar aan wrijven van twee stukken hout. Een maal per jaar op één maart lieten de Vestaalsen het vuur opzettelijk uitbranden om het dan op deze manier weer aan te krijgen. Het is goed mogelijk dat de familiehoofden – de pater familias – in Rome het vuur van hun haarden ceremonieel mochten aansteken met behulp van dit vuur. Dit kennen wij namelijk uit rituelen met ‘noodvuur’ in andere delen van Europa. (9) Dat Vesta en haar priesteressen maagdelijk moesten zijn lijkt mijn betoog tegen te spreken. Toch wordt er her en der geopperd dat deze Vestaalse maagden in de Etruskische tijd nog sacrale seksuele riten pleegden te doen. Het idee van eeuwig brandende vuren is waarschijnlijk pan-europees. We komen het ook tegen in Griekenland met de godin Hestia, in het heiligdom Romova in Litouwen en in Ierland in de tempel van de godin Brigid. De haard is verwant met het hart en het centrum, de focus. De haard is een poort naar de Andere wereld, ze is ook te zien als de ingang of vagina van moeder aarde (Hertha). Noodvuur Florence 1460-1470 Je zou het uitgaan van alle vuren in het verhaal kunnen vergelijken met het ritueel van het ‘noodvuur’. Hierbij worden alle vuren in de gemeenschap – op gezette rituele tijden, of bij een ramp – uitgemaakt. Er wordt dan een ‘noodvuur’ gemaakt. Dit vuur moet op de meest ouderwetse manier gemaakt worden door wrijving van hout op hout. Dit kan eik op eik zijn of laurier op klimop. Hierin is sprake van een seksuele connotatie. Ten eerste omdat dit vaak gebeurt door een man en een vrouw (soms naakt) en ten tweede omdat de kom van de vrouwelijke klimop is en de staf van de mannelijke laurier. Het halen van het vuur tussen haar benen vandaan is een evidente verwijzing naar seks. Maar is het gewone, dus smadelijke seks of gaat het hier om sacrale seks? De Lar Familiaris Een andere aanwijzing voor seksueel getinte rituelen in de tempel van Vesta is het verhaal dat zij cultische objecten in de vorm van een fallus daar zouden bewaren. In het heiligste der heiligen van de tempel (de penus) werden o.a. het Palladium (dit object wordt  beschreven als fallisch of anders de coïtus voorstellende) en een beeltenis van de Lar Familiaris (in de vorm van een fallus, de ‘fascinus populi Romani’) bewaard. (10) Deze laatste komt ook voor in een verhaal over de conceptie van de zesde koning van Rome, Servius Tullius. Zijn moeder was een Vestaalse maagd. Toen zij het eeuwige vuur van de heilige haard had besprenkeld met een offer voor de Lar Familiaris rees er een fallus op uit de haard die haar penetreerde. Hiervan werd zij zwanger. Ook Rhea Sylvia de moeder van Romulus en Remus was zo’n Vestaalse maagd en ook zij zou – in één versie van het verhaal – door een uit de haard op rijzende fallus zijn bezwangerd. (11) Dit soort verhalen maakt het verschil tussen de ‘wulpse’ Venus en de maagdelijke Vesta, toch een stuk kleiner. Voor- of achterkant, kut of kont? Georg Pencz 1541 De verschillende teksten spreken elkaar tegen of het vuur nu te halen was aan de voor- of aan de achterkant van de vrouw. Ook het beeldmateriaal over de vuurwraak is niet eenduidig over dit saillante detail. Dit lijkt op het eerste gezicht niet zo relevant, maar het kan toch een andere esoterische betekenis geven aan het gegeven van vuur halen tussen de benen van een vrouw. In ‘dat bedroch der vrouwen’ uit 1532 kon men het vuur gaan halen ‘aen eender vrouwen n’aers die hem bedrogen hadde.’ Maar volgens Potter’s ‘Der minnen loep’ moet het juist uit haar lendenen komen (dit is een eufemisme voor de vagina). Het wordt nog meer verwarrend als we weten dat het woord ‘conte’ ook gebruikt werd voor de kut (in Vlaanderen doet men dat nog steeds) en dat ook aars (eers, ers) juist naar het vrouwelijk geslachtsdeel kan wijzen!  (12) Titelrand van het boek Virgilius – Urs Graf 16e eeuw In een Franse 14e eeuwse versie uit het boek ‘Renart le Contrefait’ wordt de toren van de vrouw vernietigd en zij naakt op een verhoging gesteld. Daar hielden ze hun kaarsen bij haar kut en kregen zo vuur. In deze versie gaat het om haar voorkant. (13) In een andere versie moest zij juist op haar handen en voeten gaan staan en haar billen tonen zodat alle huishoudens van Rome daar het vuur konden halen. Zij zal dan uit haar achterste gaan gloeien.. Als het vuur toch uit de kont komt dan kunnen we eerder denken aan gas en daarmee aan pneuma.  In de titelrand van het boek Virgilius van Urs Graf wordt een vrouw getoond die klaarblijkelijk een wind laat en zo een steekvlam produceert! (14) Laat het duidelijk zijn dat in mijn optiek het niet Virgilius is, maar Phoebille zelf die het vuur aan de mannen kan geven!   Hans Baldung Grien 1515 Phoebille en de heksen Dat er vuur of lucht te halen valt uit de anus of de vagina valt ook af te leiden uit een aantal schilderijen van hekserijtaferelen. Hier treedt de heks uit haar lichaam en is zij klaar om te vliegen. Ook nu moet dat via de haard (de plaats van Vesta) en ook nu is er een seksuele symboliek en wel in de naaktheid van de heks en het gebruik van een stok, hooivork of bezem. Het gas wat uit hun achterste of uit hun vagina komt is een teken van trance. De fysieke vorm wordt achtergelaten en de heks reist in de geest verder naar de Andere wereld. In die wereld is geluk, genot en energie te halen. Bij Phoebille zien we geen vliegreis, maar hier gaat het om het halen van het innerlijke vuur uit de Andere wereld dat via haar eigen ‘haard’ naar buiten komt. Conclusie Teniers begin 16e eeuw In de Middeleeuwen was het verhaal vooral bedoeld als waarschuwing tegen bedrieglijke vrouwen en als een boertige vorm van humor. Je zou dan de wraak op de volgende manier kunnen interpreteren: omdat Phoebille geweigerd had om seks met Virgilius te hebben, neemt de tovenaar wraak en moet zij nu seks hebben met alle mannelijke huisvaders van Rome! Zij mag nu anderen – hun fakkels en kaarsen – in vuur en vlam zetten, zoals zij eerder het hart van Virgilius in vuur en vlam had gezet. Ik zie dit als een vervormde versie van het authentieke verhaal.  Er is een andere interpretatie mogelijk als we uitgaan van een oud heidens ritueel. Phoebille kan als priesteres (danwel van Venus of van Vesta) uit haar lichaam treden en doet dat via de onderkant. Daarnaast is zij bekend met sacrale seksuele technieken. Als een uitverkorene dit mee mag maken dan gaat zij met hem een – seksuele – éénheid vormen en neemt hem zo mee op trance-reis. In dit samengaan van de huisvader met de priesteres wordt het mannelijke element (fakkel of kaars) bij de priesteres in gebracht om zo weer te kunnen branden. Zij hebben een diepe ervaring mee gekregen van een godinnelijke éénheid in het centrum van zichzelf en die ervaring nemen ze mee naar hun eigen haard om daar nog meer een brandpunt te zijn van hun kleine gemeenschap. Het symbool van die gloeiende focus is de haard in hun huis. De haard is vrouwelijk, maar in het midden zal een fallus zijn om zo het vuur brandende te houden. Abe van der Veen Vergilius in de mand – Frans Francken 1610   1) In de middeleeuwse verhalen wordt hij consequent Virgilius met een i genoemd, dus dat houdt ik ook aan in mijn artikel. Spargo – Virgil the necromancer 2) Franssen, Piet – De tovenaar Vergilius 2010 https://commons.wikimedia.org/wiki/Category:Virgil_in_the_basket Butler, E.M. – The myth of the magus 98-104 http://bcs.fltr.ucl.ac.be/FE/23/PANIER/Panier14.htm 3) Franssen 45 4) Franssen 43 5) Mooning werd al gedaan als een belediging in de tijd van de Romeinen en zeker ook in de middeleeuwen. Ook konden de billen met de maan vergeleken worden. Toch is het woord ‘moonen’ pas bekend uit de jaren zestig van de vorige eeuw. https://slate.com/culture/2012/06/mooning-a-history-when-did-people-start-baring-their-butts-as-an-insult.html http://bcs.fltr.ucl.ac.be/FE/23/PANIER/Panier14.htm 6) https://commons.wikimedia.org/wiki/Category:Virgil_in_the_basket 7) https://en.wikipedia.org/wiki/Veleda Een ander voorbeeld is Maria Magdalena (een van de metgezellen van Christus en in één van de apocrieven zijn favoriete discipel), haar naam betekent Maria van de toren. Zij wordt door vele auteurs gezien als een priesteres met een tempel in de vorm van een toren. Dit laatste is echter speculatief. 8) Franssen 46 9) https://en.wikipedia.org/wiki/Vesta_(mythology) Frazer – The golden bough – Het eeuwig brandende vuur van Vesta stond voor de eenheid van het rijk. Als een Vestaalse haar maagdelijkheid verloor zou dat verschrikkelijk zijn voor de éénheid van het Romeinse rijk. Meestal gebeurde er dan een ramp. Deze maagd werd als straf levend begraven. – Het uit doen gaan van alle vuren waarna zij niet meer aan gaan, komen we ook tegen in het Russische sprookje van Vasalisa en de Baba Jaga. 10) The idea of a town – Rykwert p. 159 http://en.wikipedia.org/wiki/Fascinus 11) http://en.wikipedia.org/wiki/Servius_Tullius#Parentage_and_birth 12) Franssen 45 13) In de Engelse vertaling staat er het volgende: ‘There everyone held her cunt and took fire from it. they placed their candles to her cunt and lit them at her cunt. All day they were shoving the candles and all day they were lighting them.’ 14) Ziolkowski – The virgilian tradition 931, 966 Franssen 49 Virgilius Viriel Virilius (betekenis groene, jonge twijg) Pontifex Maximus het geheime ritueel met de Vestaalse maagd, 1 maart uit laten doven van het vuur en met frictie weer aanmaken, seksueel geladen, seksueel opladen, 1 maart is ook de scheppingsdag, en schepping ontstaat door het samenbrengen van het mannelijke en het vrouwelijke. Vesta is de vlam, fakkel, zij is het vuur aanwezig in iedere Romeinse haard. In pure vorm alleen in de haard van de tempel van Vesta, godinnelijk puur vuur. In andere culturen en wellicht ook ooit de Romeinse wordt dit vuur ceremonieel overgedragen aan de haarden van de versch huizen. Er is een connectie met de Lar Familiaris die als fallus uit de haard van Vesta tevoorschijn komt om een Vestaalse maagd te bezwangeren. Het delen van het viriele vuur wordt zo een vruchtbaarheid schenkende daad. De Lar of het Palladium in de haard van de Vestaalsen in het centrum van Rome. In een Joods verhaal uit de veertiende eeuw staat het volgende verhaal: And there was in the days of Titus the wicked a very wealthy man who had large houses and courtyards with gardens and towers. This man was among the nobles of Rome and his family was called bonomini in the language of Rome, and he had an exceedingly comely wife whose splendour was like the moon, and because of her beauty he built her a tower in his courtyard and she did not go forth from her house. [5] Once upon a time there was a wedding and they proceeded with tambourines and drums and continued with flute playin g, and the dance was in the streets of the city unto the very tower in which this woman was present. And behold she heard the sound of the drums and the dance, looked out the window, and a certain man, a magician, saw her and began to lust for her. He sent his servant to that tower to see i f she descended from it during the night and he would lie in w ait for her [1 0 ] continuously. And when he saw that she did not descend from there, he said, “What shall I do? I f I go by myself i t would be disastrous. What shall I do?” He wrote her a letter and sent it via a devil and indicated in his letter that i t was his desire to come unto her. When morning came, she went to the window as was her custom and beheld the letter which was before her and her heart beat faster and she s a id , “What is this letter and whence did it come?1” What d id she do? She called to her maidservant and said to her, “Go fetch that scribe [15] in the courtyard.” She went for him and called him and he came, and she said to him p rivately, “When I arose this morning, I found this letter by the window. T ell me what is written in it .'” And he related to her the words o f the le t te r . She sa id to him, “Write him an answer that I do not so desire and curse h im !” A few days later her husband went on a long journey and commanded her not to leave her house with her maidservant. The magician heard that her husband had gone and sent her s ilv er and gold and jewels [20] that she obey him. She said to her maidservants, “How mad is this man that he tempts m e!” What did she do? She accepted the sum and sent to him saying, ” I want you to come to me for I desire you, but I do not wish that you enter by the door, rather by the w indow .” And so he should do and come in the darkness of the nigh t. When he heard her words, he was overjoyed and from his great happiness he forgot his magical tricks and books. And he gazed upon the tower at nigh t, and before he could come she went to another of her [25] husband’s towers nearby and prepared a large basket with three intertwined ropes around i t ; and when the m agician came they sa id to him, “Enter the basket and we shall p u ll i t u p .” He entered and they p ulled i t halfway up the tower. Meanwhile she returned to the tower where she was o r ig in a lly , and they tied o f f the ropes on the inner walls of the tower and neither raised him nor lowered him. And the tower was high and he was hanging in mid a ir , and he was in the [30] basket for three days and three nights without food or drink, and he grew hungry and thirsty and sought to leap down from the basket. But when he would gaze down to the ground and would see how high it was from the ground, he feared lest he would die from the force of the fa ll nor could he ascend upwards, and the devils did not come to him according to his custom because he could not command since he did not have his books with him and he did not know what to do. So he stood and was [35] astounded, w hile the passers by on the street continually looked at him and said to each other, “What is he doing hanging on the tower?” And they were quite amazed. And the young lads used to throw stones at him. And it came to pass on the third day and she approached the window and said to him, “So and so, how are you and how do you stand [come state]? D i d n ‘t you know that I was not a whore when you sent me your silv er and gold and baubles? And now you have lost your fortune and your lust you did not [40] f u l f i l l .” And he pleaded w ith her and cried for the love o f God to let him down to the ground so that he would not continue so in shame. And she said to him, ” I t is fittin g to do so to men lik e you who desire to commit adultery with the w ife o f their frie nd s” — and she le ft him until the fourth day. And it came to pass on the fourth day that her mercy was stirred and she commanded to lower him to the ground. And when they had lowered him toward the ground approximately to the height of a tall man, they suddenly dropped the basket to the ground and his rib broke [45] from the force of the fa ll because he had fallen upon a stone, and he cried out; and people gathered about him for they heard his shout and they said to him, “W hat’s with you?” And he feared to te ll them the m atter. And they accompanied him to his house with h is rib wounded, and he ordered the doctors and they healed him. When he regained his strength, he said to his servants, “I w ill avenge myself on this woman.” And he conmanded that h is books of magic be brought before him. What did he do? He went and extinguished every fire throughout Rome [50] and a ll the surrounding villages with his magic, and no fire could be found throughout the kingdom o f Rome. And i f they were to bring any from another place either in stone or in wood, it would not reach more than a third o f the way before it was extinguished. And even wood as large as beams or trees, a ll extinguished and many died from hunger for there was no bread in the city since there was no fire to lig h t their ovens. [55] And a ll the inhabitants of Rome came to the same agreement and took council with him where to find fire and what to do. A fter each had his say, the magician replied saying, ” I f it is your desire to give me a fortune and you promise me that you w ill not seize me and you w ill do what I say to you, you shall find fire and l i v e .” And they s a id , “I t w ill be done what you have spoken to d o .” And they gave him a great fortune. And when morning came to pass, behold the Romans came to him [60] and said, “Where is the fire which you are giving to us?” And he sa id to them, “Go to such and such a woman who has fire and she w ill give y o u !” So they went and he accompanied them and in the hand o f each and everyone was a candle of wax. Then he said to them, “S e ize h e r !” So they seized her and set her on a wooden tower and stripped her naked. And behold the magician came forth and placed the wax candle next to her uterus and the candle ignited from it . And so all o f them  did . Nor was anyone permitted [65] to lig h t from another’s candle, rather only from her nakedness. And behold the woman was m ortified with a great shame the like of which had not been since the foundation of the city until now. David Flusser – VIRGIL THE MAGICIAN IN AN EARLY HEBREW TALE

Kosmologie van microkosmos en macrokosmos

woensdag 23 januari 2019 22:44

Wat is mijn kosmologie? Hoe bezie ik de wereld om mij heen? Het gaat mij hier niet om de wereld die met de vijf zintuigen is te ervaren, maar om de geestelijke wereld. Dit hangt voor mij nauw samen met de vraag hoe ik de wereld binnen in mij zie. Hoe bezie ik de innerlijke wereld? Deze vragen hebben mij mijn hele volwassen leven al bezig gehouden. In tegenstelling tot vele ‘zoekenden’ ben ik niet op zoek gegaan naar de bij mij passende religie of wereldbeschouwing, om die in zijn geheel te aanvaarden, maar heb ik gekozen om die kosmologie aan de hand van eigen inzichten en ervaringen, maar met behulp van de symbolen uit vele mythologieën, zelf te componeren. Deze eigen kosmologie is grotendeels geïnspireerd door de mythen en symbolen uit het pré-christelijke heidense Europa – hier en daar – aangevuld met oosterse begrippen. Deze kosmologie is geen dogma, zij verandert mee met mijn persoonlijke ontwikkeling. Zij is allesbehalve in steen gebeiteld en zal waarschijnlijk nog vele malen in mijn leven aangepast worden, wie weet zelfs omver gegooid. Woorden zijn namelijk maar zeer beperkte hulpmiddelen om iets duidelijk te maken wat komt uit het woordloze bewustzijn. Ik ga uit van een systeem waarin de energie en het bewustzijn van ieder individu (de microkosmos) correspondeert met die van de macrokosmos. (We vinden deze kosmologie ook symbolisch terug in de opbouw van het huis.) Het is goed om te beseffen dat iets waar kan zijn op het niveau van dualiteit en onwaar op het niveau van non-dualiteit of éénheid en vice versa. Hierdoor ontstaan er regelmatig schijnbare paradoxen, die op te lossen zijn door er naar te kijken vanuit een dieper bewustzijn. Het centrum Verschillende plaatsen op aarde claimen het centrum van de wereld te zijn, zoals bijvoorbeeld Rome, Delphi, Mekka en Jeruzalem. Zo’n plaats is het centrum van de aarde waar de vier windrichtingen samen komen, maar ook de plek waar hemel en aarde samenkomen; een heilige plek! Daar ligt de navelsteen; de eerste steen van waaruit alle materie is gevormd. Daaronder ligt de ingang naar de onderwereld. Hier vindt je pure, onversneden energie. Precies boven het centrum van de wereld ligt de ingang naar de bovenwereld. Daar vindt je het pure bewustzijn. Omdat boven en beneden begrippen zijn die alleen waar zijn in een tijd-ruimte continuüm kan je ook zeggen dat de ingang naar de kosmos niet boven, niet beneden, maar in het exacte centrum ligt. Natuurlijk is deze exacte locatie in gebruik als een sacrale plaats. Het is een tempel of een ander heiligdom. Ook kleinere heiligdommen kunnen werken als centrum en verbinding tussen hemel, aarde en onderwereld (ook wel hel genoemd). Dit zijn allen krachtplaatsen. Naast tempels en kerken kan het hier ook gaan om (graf)heuvels, megalieten (zoals de hunebedden), bronnen en oude bomen. Wanneer de verbinding tussen hemel en onderwereld permanent wordt kom je terecht in een eenheidsbewustzijn. Dan zal er een paradijs op aarde zijn. In het huis is deze centrale plek de haard. De haard heet in het Latijn ‘focus’ en is etymologisch verwant aan het woord hart. Dit centrum vindt je ook in jezelf. Het is de stille plek, de verzamelplek van alle indrukken. Hier begint het bewustzijn en staat de interne dialoog stil. Dit is de plek waar de aandacht (het oogmerk), de  intentie van uitgaat. Dit wordt gesymboliseerd door het hart, ook al gaat dit niet om het fysieke hart. Je zou dit ook het punt van het vierde chakra kunnen noemen. Het is de plaats van innerlijke aandacht. Bij de stuit ligt onze persoonlijke ingang naar de onderwereld en bij de kruin de ingang naar de hemel/ bovenwereld. Als je deze twee centra bij elkaar brengt dan verbindt je je hemelpool met je aardepool in je hart. In het ware centrum bestaat geen boven, onder, links of rechts. Boven kan als onder voelen en vice versa. Ruimte en tijd zijn begrippen die pas zin en betekenis hebben in een dualistische wereld. In éénheid is energie en bewustzijn continu in overvloed in ons aanwezig. Zodra we ons van onszelf bewust worden moeten we afscheid nemen van dit oercentrum. We zijn verstoten uit het paradijs. Energie en bewustzijn Energie is ook te vertalen als levenskracht. In verschillende culturen bestaat er een speciaal woord voor: Ki, Chi, Prana, Mana, Numen, Orgon, Tover. Het is de kracht die de inerte massa tot trilling en beweging brengt. Wat geen energie, geen fut heeft is levenloos, zielloos. Waar is dan de bron van het leven, de fontein van de jeugd? Deze is in het heilige centrum te vinden en wordt in de mythologie onder de kosmische boom geplaatst. Zodra we uit het centrum zijn plaatsen we die bron onder ons. Het water uit de bron stroomt dan uit moeder aarde. Op een dieper niveau stroomt energie van alle kanten. Van binnenuit en van buitenaf. Tegenover energie staat voor mij bewustzijn. Er is een kosmisch eenheidsbewustzijn waar we allemaal uit voort zijn gekomen. Er is een hoger bewustzijn dat zich volledig kan verbinden met andere zielen en processen. En er is ons afgescheiden individuele egobewustzijn dat verbinding erg moeilijk vindt vanwege de angst om zichzelf kwijt te raken. Er is iets/zelf/ziel dat toekijkt naar het proces van denken, voelen, doen en fysiek gewaarworden. Dat iets/zelf/ziel kan zich er dusdanig mee vereenzelvigen dat het vergeet dat het los van deze externe werkelijkheid ook een eigen bestaan heeft. Daarmee is het ver van zijn oorspronkelijke zelf vandaan geraakt. Het is een beperkt en vernauwd bewustzijn geworden. Het bewustzijn ontstaat door de wisselwerking tussen de ziel en zijn omgeving door middel van aandacht. In de reflectie ontstaat zelfbewustzijn. In het bewuste sturen van de aandacht en de energie ontstaat bewustzijn en macht. Het is dus zaak om meesterschap te krijgen in aandacht zodat het bewustzijn zich kan richten op datgene wat heilzaam, voedend en inzicht gevend is. (1) De kosmische boom  In het heiligdom in het centrum van de wereld staat een boom, pilaar of toren die reikt naar de hemel. Langs deze weg kunnen engelen en zielen naar de bovenwereld. In de symboliek van het huis is dit de stutpaal in het midden van het huis. Het kan hier ook gaan om de schoorsteen. Deze symbolen zijn op een menselijk niveau te associëren met de wervelkolom. Rondom en door deze kolom gaat de energiestroom van stuit naar kruin en omgekeerd. We zien dit terug in het beeld van de staf met twee er omheen kronkelende slangen of draken. In de mythologie is dit vooral bekend als de caduceus van de god Hermes. Het is het teken van diegene die langs en door de werelden kan reizen als psychopompos (zielengeleider) en boodschapper van de goden. In het Indiase Kundalini-systeem worden deze twee energiestromen de ‘ida’ en de ‘pingala’ genoemd. Je kan ze zien als mannelijk en vrouwelijk, actief en passief, extravert en introvert, positief en negatief, plus en min en wit en rood. Hierbij is het zaak om deze termen neutraal te beschouwen en er geen goed en kwaad label op te drukken. Ze zijn beiden even nodig. Het magische getal zeven Die kosmische hemelse verbinding wordt traditioneel onderverdeeld in zeven lagen of niveau’s. Deze zijn te verbinden met de zeven sferen, de zeven planeten, de dagen van de week (vernoemd naar de goden en godinnen; maan, Tyr/Mars, Wodan/Mercurius, Donar/Jupiter, Freya/ Venus, Saturnus, zon), kleuren van de regenboog en tonen van de toonladder. Deze staan elke keer voor de zeven niveaus waar je langs moet reizen om bij het ‘zwarte gat’/ de hemelpoort te komen in het midden van het heelal. Tegelijk kan het net zo goed de weg omlaag zijn langs de zeven hellepoorten en langs de zeven aartsdemonen (deze worden de ‘Annunaki’ genoemd bij de Sumeriërs). In het energetische lichaam vinden we dit systeem terug als de zeven chakra’s of energiewielen en de zeven lagen van de aura. Je kan deze ook zien als zeven vormen van bewustzijn. De zeven chakra’s corresponderen – mijns inziens –  respectievelijk met geluk/verbinding (1e chakra), genot (2e), kracht (3e), liefde (4e), schoonheid (5e), wijsheid (6e) en vrijheid (7e chakra). De hierbij behorende kleuren zijn: rood, oranje, geel, groen, blauw, indigo en violet. Het proces om vanuit het eigen centrum in het Goddelijk centrum te komen gaat van zeven maal teveel en zeven maal te weinig naar zeven maal precies in evenwicht. Dit maakt dit tot het proces van de magische drie, die in alle sprookjes en vele ander magische verhalen terug te vinden is! Drie maal zeven vormt het getal 21, het getal van de voleinding van een cyclus uitgebeeld in de Grote Arcana van de Tarot. Het is ook het getal van volwassenheid. Het centrum van de hemel en het centrum van de hel Uiteindelijk kom je dan bij het centrum van de hemel; de plaats waar alle sterren omheen draaien. Deze ligt vlakbij de Poolster en is te zien als het zwarte gat waar de zielen doorheen moeten om in de hemel te komen. In het huis correspondeert deze plaats met het rookgat in het dak of anders de uitgang van de schoorsteen. In het lichaam is deze plaats de kruin. Hier wordt de kosmische boom of paal in gestoken. In de Egyptische mythologie wordt deze gesymboliseerd door de fallus van Geb, de god van de aarde. Het zwarte gat is dan de vulva van de hemelgodin Nut. In de meeste mythologieën heeft de kosmische boom echter zowel vrouwelijke als mannelijke energie in zich. In diepe trance of meditatie kan je deze paal beklimmen en zo de hemel bereiken. Je kan ook kiezen voor de weg omlaag, waarbij je telkens verder afdaalt naar het hart van de onderwereld. Uiteindelijk zal je het centrum van de aarde/ onderwereld bereikt hebben. De personen die deze kunst bewust beheersen zijn astrale reizigers. Ze worden heksen, druïden, sjamanen, priesters en tovenaars genoemd, al naar gelang de desbetreffende cultuur. Deze reis wordt – meestal – gedaan door middel van een extase-techniek, waarbij het lichaam wordt achter gelaten. Deze twee polen – van hemel en onderwereld – met elkaar verbinden is als het oplossen van een grote paradox: het vinden van vrijheid in verbinding. Als je in een meditatieve trance bent, zijn omhoog en omlaag twee inwisselbare termen. In ons dagelijkse, gewone bewustzijn zal bewustzijn en energie zich splitsen zodat er een afstand ontstaat tussen het individuele bewustzijn en het denken, doen, voelen en gewaarworden van dat individu. Het ego ervaart zichzelf als apart staand van de ervaring. (Alsof hij het door het raam van zijn ogen, van een afstandje meemaakt.) Door die splitsing ontstaan de vier elementen van onze wereld. Bewustzijn, energie en de vier elementen Van boven komt puur bewustzijn dat zich splitst in de mannelijke energie van handelen oftewel het element vuur en denken oftewel het element lucht. In handelen stroomt de energie verder als de (witte) draak. Zij kronkelt net als de rode draak rondom de kosmische paal. Als denken stokt zij en vormt de in miljoenen compartimentjes, woordjes en objecten opgedeelde wereld zo wij die kennen. Van beneden komt pure energie die zich splitst in het vrouwelijke bewustzijn van gevoel oftewel het element water en lichaam plus zintuigen oftewel het element aarde. Zo wordt ons bewustzijn van materie gevormd. Voelen stroomt door en kronkelt rondom de paal als rode slang-draak. Materie stolt de energie en vormt onze wereld. Dit is de wereld van ‘maya’, van de verschijnselen. (3) De wereld van afstand Onze mensenwereld is te zien als een tussenruimte tussen hemel en aarde. Het is onze wereld van materie-in-gedachten, waar de elementen aarde en lucht de overhand hebben. Hiermee hebben wij onbewust afstand genomen tot de ware werkelijkheid. Zij wordt beheerst door JHWH/de demiurg en/of door Maya/Morgana. Dit zijn de ‘goden’ die deze schijnwereld hebben gecreëerd en die pretenderen dat dit de enige, echte wereld is. (2) Is onze wereld dus slechts illusie? Je kan in ieder geval zeggen dat ze onvolledig is. We hebben, door slechts materie en gedachten als werkelijkheid te accepteren, onze perceptie drastisch beperkt en ingekapseld! Door dit te accepteren verliezen we een groot deel van onze potentie en van onze energie. We geven onze macht om onze eigen realiteit te creëren uit handen. De symbolen der elementen De wereld van de vier elementen wordt aldus gevormd door de wijze waarop ze in ons energetisch systeem en dus in onze wereld/perceptie terecht komen. De vier elementen aarde, water, vuur en lucht corresponderen ook met de vier lichaamssappen (uit de oude geneeskunde der humeuren van Galenus en Hippocrates), windrichtingen en seizoenen. Zij worden o.a. gesymboliseerd door de schatten van de Tuatha de Dannan uit de Keltische mythologie, de onderdelen van de graal en de kaarten van de tarot. De schatten zijn de ketel, het zwaard, de lans en de steen. De tarot kent bekers, zwaarden, staven en munten/pentagrammen. Het verhaal van de Graal laat de elementen zien wanneer deze uit balans zijn: de gesluierde graalsbeker, het gebroken zwaard, de bloed druppelende lans en de steen of schotel met daarin het afgehouwen hoofd. Het bij elkaar komen van de vier elementen als ervaren, voelen, doen en denken vormen als geïntegreerd geheel de Graal, de quintessence. Als het zwaard uit de steen is getrokken en de staf in de ketel is gestoken, dan kan het magische brouwsel ontstaan dat inspiratie en wijsheid verleend. Dit zou je het vijfde element kunnen noemen. (De betekenis van de Graal en zijn vier elementen kan je hier lezen) Het wiel van de Zodiak De zodiak (oftewel de twaalf tekens van de dierenriem) werd wel gezien als een wiel. De Italiaanse volksnaam is ‘molenwiel’. Tegenover dit wiel ligt de schijf van de aarde. Tussen de Poolster en het middelpunt van de aarde ligt de as van dat wiel. Hier zit de roterende hemelpilaar, de as die hemel en aarde verbindt. Deze wordt wel vergeleken met de molen van Fenja en Menja bij de Germanen of de Sampo, de wondermolen uit de Kalevala, bij de Finnen. Dit wiel draait en maalt en brengt zo vruchtbaarheid aan de mensen. Het is ook te vergelijken met de Indiase mythe van het malen van de zee met een enorme slang die gewikkeld was rondom de berg Meru om Soma, het maan- of zielenvocht te maken. Deze soma/ madhu was alleen gereserveerd voor de goden, of voor de krijgers die in extase de hemelpoort wisten te bereiken. Malen, brouwen en karnen Dit proces om van boven naar beneden en van hemel naar aarde te gaan en vice versa is kosmisch èn menselijk en heet in verschillende symbolische termen: Het malen van de sampo (bij de Finnen), karnen van de soma (boter) (bij de Indiërs), brouwen van de mede (bier) (bij de Noormannen). Ook vrijen, kussen, dansen, zingen, heilig vuur maken, spinnen van de levensdraad en andere roterende, draaiende en scheppende bewegingen kunnen symbool staan voor dit proces. Dit is een scheppingsdaad die bewuste, vitale energie creëert en bewust verbindt (dit is de oervorm van religie; ‘religare’ betekent verbinden). Door mannelijke en vrouwelijke/positieve en negatieve energie te verbinden ontstaat bezielde, geanimeerde energie. Eigenlijk worden we ons dan pas bewust van die bezieldheid. Het geluk van dat besef is het drinken van de godendrank soma, mede of ambrozijn of het drinken uit de bron van de Muze of de bron des levens. Dit wordt ook verbeeld door het vinden van het levenselixer van het eeuwige leven en het vinden van de Steen der wijzen. Dit is werkelijk religie bedrijven zoals het bedoeld is. Dit heilige werk zorgt ervoor dat de ruimte tussen hemel en aarde verdwijnt waardoor deze twee weer met elkaar verbonden zijn en er een hemel op aarde, of anders gezegd; een aards paradijs kan ontstaan! De dertien ridders op avontuur Verder is er ook een connectie met de getallen twaalf en dertien. Het is opmerkelijk om te zien hoe vaak deze getallen voorkomen in de sagen en mythen: De 12 tekens van de dierenriem en de 12 huizen van de horoscoop De 12 maanden en 13 maanmaanden (met de 13 bomen van de Keltische maankalender) De 12 werken van Hercules De 13 discipelen en apostelen (inclusief Jezus of Judas) De 13 paladijnen (inclusief koning Karel) De 13 ridders van de Ronde tafel (inclusief koning Arthur) De 13 heksen in de coven (inclusief de duivel) De 13 schatten van Merlijn Als je scherper kijkt dan is de dertien eigenlijk meer te zien als twaalf plus een waarbij de dertiende de quintessence is van de twaalf, zoals het vijfde element ‘ether’ dat is voor de vier elementen. De innerlijke, energetische boom of zuil van energie met de zeven chakra’s maal de vier elementen, maakt één ‘boom’ of (maan)maand van 28 aspecten/dagen. Er zijn dertien verschillende kosmische bomen en/of ridders te paard waarmee astraal gereisd kan worden. Eén van die dertien zal altijd in het centrum staan, als de naaf van het wiel. Deze is de koning en het stralende middelpunt. De andere twaalf kunnen op avontuur gestuurd worden om op queeste te gaan, om aspecten van het bewustzijn te verkennen, om draken te verslaan, betoveringen te verbreken enzovoorts. Echter de koning moet onherroepelijk uit het centrum gaan om plaats maken voor een nieuwe ridder om het scheppende proces op die manier gaande te houden. De Gulden Snede Je kunt deze twaalf ook als drie maal de vier elementen zien, (elk teken van de horoscoop heeft zijn eigen element bijvoorbeeld) waarbij de drie staat voor het proces van zoeken naar de Gulden snede/het harmonische evenwicht, de balans van de levenskunstenaar op het slappe touw van de levensdraad die van te veel (één), naar te weinig (twee), naar precies genoeg (drie!) gaat. De regenboogbrug heeft vaak slechts drie kleuren en is tegelijkertijd messcherp. Wie dit pad kan bewandelen komt terecht in de hemel! Wie valt zal opnieuw moeten beginnen waar hij geëindigd was. De balans is alleen te houden door in beweging te blijven en telkens dit proces opnieuw te doorlopen. Jij bent de één, maar ook alle twaalf, en twaalf keer ga je er op uit om je avontuur te beleven, om je levensjaar, je levenscyclus compleet te maken. Je gaat in de geest reizen naar de ‘andere wereld’, naar de geestelijke wereld. In dit avontuur bevecht je een ‘dier’ of ‘vijand’. Dit is een aspect van je energie dat je nog niet beheerst en dat daardoor tot een monster of draak is geworden. Als het monster wordt gedood kan er energie vrij gemaakt worden, dit is je schat. Uiteindelijk zal je dertien schatten (symbolen van overvloed en soevereiniteit bij de gratie van de Godin) winnen. Dit is te zien als de – drie maal vier – schatten van de elementen. De schat kan ook bestaan uit het temmen van het monster waardoor dit een eigen kracht wordt. Dan wordt je zelf de weerwolf, heks, draak, leeuw etcetera. Als de kracht beheerst wordt, dan is het ‘monster’ nobel en wijs geworden! Abe van der Veen 1 In dit systeem is aandacht van de grootste importantie. Wie meester is over zijn eigen aandacht is meester over zijn eigen leven. De aandacht wordt vanuit het persoonlijk bewustzijn op allerlei mogelijke ‘dingen’ gericht, maar tegelijk wordt de aandacht door vele sterke krachten aangetrokken. Waarom zijn er zoveel aandachtstrekkers die concurreren om de aandacht van de mensen? Omdat aandacht ook energie is. Wie de aandacht krijgt, krijgt tegelijkertijd energie van die persoon. Als deze aandacht vooral eenrichtingsverkeer is dan komt dit neer op een vorm van energetisch vampirisme. Wanneer je er achter komt waar naartoe de meeste aandacht wordt gezogen, weet je ook wie de grootste vampiers in deze wereld zijn. Er is een concurrentie gaande wat betreft de aandacht voor alles op het alledaagse vlak. Deze strijd is al allesbehalve eerlijk. De nog meer perfide concurrentie is die tussen de aandacht voor het alledaagse en voor het bovennatuurlijke. (In het sjamanisme uit de boeken van Castaneda wordt dit wel de wereld van de Tonal en die van de Nagual genoemd) Door het volledig negeren en ontkennen van het bestaan van de geestelijke wereld door de wetenschap en ook door het ontkennen van de mogelijkheid om daar in dit leven al te kunnen komen door de georganiseerde religies is deze dimensie voor de meeste mensen – schijnbaar – onbereikbaar gemaakt. Het bovenstaande systeem is alleen te gebruiken als je zelf – ten dele – meester bent van je aandacht en kan switchen tussen gewoon en ‘hoger’ bewustzijn of anders gezegd tussen de alledaagse en de ‘geestelijke’ realiteit. 2 Goden zijn voor mij grotere energetische constructen die met bewustzijn zijn behept. 3 Of komt er toch eerder energie en bewustzijn zowel van beneden als van boven? Het kan ook zo zijn, dat energie meer zit in vuur en water, de oerelementen en dat bewustzijn samen komt met de afgeleide elementen lucht en aarde          

 

Powered by 1st-movers.com

Vertelagenda

Deze verteller heeft op dit moment geen evenementen in de Vertelagenda staan.